Dertien minuten

Ik sta op de klokkentoren ‘Torre dell’Orologio’ in Lucca en heb alle tijd van de wereld. Vandaag kan ik zoveel kerken bezoeken als ik wil. Alleen zijn er hier niet zoveel spraakmakende.

Hoe anders is dat in Rome of Florence. ‘Vandaag mag je één kerk bekijken. Je mag er zolang blijven als je wilt. Als het maar bij één blijft.’ Dat was wat Jasper zei tijdens ons laatste bezoek aan Florence. Dat moest dan wel de ultieme, meest bijzondere kerk allerkerken worden. Een unieke beleving die ik nooit zou vergeten. Keer op keer las ik de beschrijvingen in de Lonely planet door. Keuzestress kroop in mijn lijf. Eén kerk Barbara, kies één kerk. Diezelfde vakantie waren we ook op bedevaart naar de ultramarijn-blauwe Scrovegni-kapel van Giotto in Padova geweest. Toen ik las dat in de Santa Maria Novelle een werk van Giotto hing, gaf dat de doorslag. Santa Maria Novelle zou het worden.

Daar aangekomen nam ik gretig de audiotoer in ontvangst. Meter voor meter tastte ik met mijn ogen de wanden, vloeren en het plafond af. Giotto, Masaccio, Filippino Lippi en nog veel meer kunstenaars die ik herkende uit de lessen kunstgeschiedenis. Zo doolde ik gelukzalig door de immense kerk. Jasper was allang afgehaakt en had zich, nadat hij foto’s had gemaakt, geïnstalleerd in de binnentuin. Ik mocht hier zo lang blijven als ik wilde, dus dat deed ik dan ook.

Na ongeveer anderhalf uur was mijn geest verzadigd en verlangde mijn buik naar iets anders dan geestelijke verrijking. Dus zocht ik Jasper die glimlachend zei: ‘Je wordt nog eens een non.’ Samen slenterden we verder door de stad, op zoek naar een schaduwrijk terras. Deze keer hadden we gelukkig nog energie om de rest van de stad te ontdekken. Hoe anders was dat toen we de eerste keer in Florence per se het hele Uffici wilden zien. Totaal uitgeput vielen we toen op het eerste het beste grasveld neer om geen stap meer te verzetten. Zoveel indrukken, zoveel schoonheid. Er schiet me te binnen dat er zoiets bestaat als een ´Florence-waan´. Mensen die totaal doorslaan na het zien van alle schoonheid om hen heen. Het wordt het ´Florence Syndroom´ of ´Stendahl Syndroom´ genoemd. Dat gebeurt natuurlijk niet alleen in Florence. Ook in Rome weet je van gekkigheid niet meer waar je moet kijken. Welke kerk je toch maar voorbij moet lopen zonder naar binnen te gaan. Ook in de St. Pieter en de Sixtijnse kapel in Rome waren mijn benen al moe en mijn hoofd vol voordat ik alles goed had kunnen bekijken. Het bekende gevoel bekroop me; dit is mijn enige kans. Ik moet alles hebben gezien, anders telt het niet.

Hoe anders is dat vandaag in Lucca. Ik sta hier op de toren, kijk naar de typisch Toscaanse rode daken en vierkante torens om mij heen. Ik geniet van het uitzicht op de glooiende Apennijnen erachter. Verder hoef ik even helemaal niets. Een klein overzichtelijk stadje omringd door stadsmuren zonder echte hoogtepunten. Dus ik kan ook even echt niet zoveel. Ik ben blij dat ik de lat eens een keer laag heb gelegd, rekening houdend met mijn nog niet helemaal fitte lijf en de Toscaanse hitte. Ik loop na ruim een half uur mijmeren, schrijven en foto´s maken naar beneden en bedenk me dan ineens. Het zou natuurlijk wel gaaf zijn de vier enorme bronzen klokken boven mijn hoofd te horen luiden en het radarwerk te zien bewegen. Dus draai ik me resoluut om en loop de paar trappen weer terug naar boven. Dertien minuten wachten nog. Even voel ik onrust opkomen. Dertien hele minuten wachten? Dan bedenk ik me dat ik dit als een meditatiemoment kan zien. Oh ja, het is goed zo. Rustig kijk ik weer om mij heen. Naar een toeriste met een fiks toestel, die met veel aandacht foto’s maakt. Telkens schuilt ze achter een stukje muur om het resultaat te bekijken, draait aan wat knoppen voor ze de volgende foto maakt. Ik probeer te ontdekken welk merk camera ze heeft. Jasper heeft een Canon. Dan bedenk ik me ineens dat het eigenlijk onzin is om te weten of ze dezelfde camera heeft als mijn vriend en laat ik het los. Weer kijk ik op mijn telefoon: nog vijf minuten. Ondertussen zijn al heel wat mensen voorbij gekomen. Een oudere Engelse praatgrage dame die net op de trap een Engelse heer heeft ontmoet, waarvan ik dacht dat het haar man was. Een jong Italiaans stel dat in het kwartiertje hier boven een hele fruittas verorbert. Een Duits gezin waarvan de man wil dat zijn vrouw tegen haar zin pal onder een van de vier klokken gaat staan. Een Amerikaanse moeder die haar jonge zoon met geduld uitlegt hoe hij het plein van het oude Romaanse Amfitheater kan zien door hem met zijn ogen het labyrint van daken vanaf de toren te laten volgen. Zijn opgetogen reactie als hij het plein ziet.

Als ik opnieuw kijk, is het 13:02 uur. De klokken luiden dus niet. Een licht gevoel van teleurstelling bekruipt me. En dan corrigeer ik mezelf: ach, hoe erg is het? Je hebt toch mooie foto’s van het stilstaande radarwerk? Mijn maag en zwalkende benen laten me ondertussen weten niet meer tevreden te zijn met die ene sloffe Lu-cracker dus vis ik beneden aan de toren nog een tweede uit mijn rugzak. Een Amerikaanse toeriste naast me vraagt of ik Engels spreek. In lange uithalen en met weidse gebaren vertelt ze dat ze in een kledingwinkel aan het rondkijken was toen ze ineens een jonge Aziatische zwangere vrouw met haar portemonnee in haar hand zag. Met hoge luide stem vervolgt ze: ‘I just gripped it from her hand. So you know. Be careful!’ Dan wensen we elkaar nog een fijne dag en loopt ze weg. Ze draait zich nog een keer om en roept: ‘Be careful!’

Met een beetje hernieuwde energie zoek ik een lunchplekje. Ook daarin zijn mijn ambities vandaag lager. Het hoeft nu niet dat ene bijzondere plekje te zijn waar geen toerist komt en dat alleen ik heb kunnen vinden. Dat is in het Brugge van Italië sowieso kansloos. Mijn enige eisen: licht verteerbaar en schaduwrijk. Ik loop het Amfitheater-plein op, scan het eerste menu op salade, loop één terrasje verder, voel een warme wind en loop terug naar de eerste. Als ik de menukaart in handen krijg, weet ik al wat ik wil en gelukkig staat het op de kaart: een salade met tonijn en ei. Mijn nog licht onrustige maag ontvangt de lichte salade zonder gemor. Hèhè, we zijn op de goede weg terug.

Ik kijk om me heen en denk onwillekeurig terug aan het Toscaanse stadje Sienna. Dat heeft ook een ovaal plein met hoge huizen eromheen. Of was het rond? Dat plein loopt een beetje schuin af. Elk jaar zijn er wedstrijden met paarden waar het hele stadje vanuit de wijde omgeving voor volloopt. Ook toeristen komen erop af. Wij waren er gelukkig op een normale dag. Die spektakels hoeven niet van mij. En zeker niet met paarden. Net als stierenvechten vind ik het pure dierenmishandeling, alleen maar voor plat vermaak. Waar ik ook een hekel aan heb, is de straatmuzikant die net op het plein neerstrijkt. Als vervelende zoemende muggen verstoren de meeste straatmuzikanten je eetlust. Daarna komen ze als honden met de pet bij je tafeltje schooien. Gelukkig zit ik deze keer op de achterste rij en blijft hij bijna midden op het plein. De eigenaar van een café aan de overkant maakt hem ook snel duidelijk dat zijn muziek niet sfeerverhogend werkt. Dus blaast hij snel de aftocht.

Ook ik pak daarna mijn boeltje en kijk op mijn telefoon. Helemaal tijdloos leven kan ik vandaag niet. Ik reken uit hoe laat ik de trein terug naar Pietrasanta moet hebben voor de laatste bus naar onze villa boven op de berg. Genoeg tijd nog voor de grote witte kathedraal, want een stad bezoeken zonder één kerk binnen te gaan is toch zoiets als zonder onderbroek de deur uitgaan. Rustig loop ik die kant op…

Niets is zwart-wit

Voor ze in de donkerte van het depot verdwenen, liep ik altijd even bij ze langs. En altijd kreeg ik dan een glimlach op mijn lippen van de man met de baret op die je meesmuilend aankijkt. Een mooi contrast met de andere man die juist diep in gebed verzonken lijkt te zijn. Verder dan er even langslopen en een blik op werpen, deed ik niet. Gelukkig zijn ze nu weer terug en kan ik wat langer bij ze stilstaan.

Democritus en Heraclitus

Democritus en Heraclitus, Johannes Moreelse, ca. 1630, Centraal Museum

Jantje lacht, Jantje huilt
Ik ben gefascineerd door de tegenstelling tussen hun beiden. Het lijkt wel of Democritus (ca. 470 – ca. 360 v.Chr.) iemand uitlacht, maar hij wijst naar de wereldbol naast hem. En Heraclitus (ca. 535 – ca. 475 v.Chr.) ernaast, zou hij zo fanatiek bidden voor God of de mensheid? Democritus kijkt je direct aan, lijkt meer extravert. Heraclitus maakt juist totaal geen contact, is in zichzelf gekeerd.

De twee tegenpolen trekken mij aan. Misschien wel omdat er lichtvoetige mensen zijn die overal de lol van inzien. En mensen die juist zwaarder op de hand zijn. Die soms doorslaan naar somberheid, scepsis. Ik zie deze schilderijen ook als een soort Yin-Yang, zwart-wit, licht-donker. Of als Jantje lacht en Jantje huilt, maar dan niet dezelfde Jantje.

Mensen van de straat
Het bruinige gezicht van beide heren en de ontblote witte schouder van Democritus vind ik erg veel lijken op de stijl van Caravaggio. Dat is niet verrassend. De schilder Johannes Moreelse (ca. 1602 – 1634) was namelijk een van de Utrechtse caravaggisten die naar voorbeeld van Caravaggio echte mensen van de straat schilderde. Zonder hen de zogenaamde ‘Photoshop-bewerking’ te geven.

De witte blouse en licht glanzende stof (velours?) van de mantel van Democritus doet chiquer aan dan de doffe roestbruine stof van Heraclitus zijn gewaad. Dat gewaad doet me denken aan de bruine pij van de ascetische monnik Franciscus van Assisi. Franciscus ontzegde zich alle luxe om te leven in armoede. Zou een mens daar nu echt beter van worden? Eerlijk gezegd betwijfel ik dat. Achter Democritus liggen boeken op een plankje. Dat geeft de indruk dat hij wel een geleerde zal zijn, of in elk geval kan lezen. Nu weten we dat beide heren Griekse filosofen waren. Dus dat klopt wel met het beeld.

Wat kunnen we leren van de heren?
Volgens de informatie van het Centraal Museum ´worden de Griekse filosofen Heraclitus en Democritus vaak samen afgebeeld vanwege hun tegengestelde visie op de mensheid. Al in de oudheid stond Heraclitus bekend als de ‘huilende filosoof’, die treurt om het lot van de mensheid. Democritus moest lachen om de absurditeit van de mensheid. De vergankelijkheid van de mens, Vanitas Mundi, was een populair thema in de 17de eeuw. De twee filosofen met de globe, symbool voor de mensheid, dragen deze boodschap uit: wenen of lachen, het verandert niets aan ons bestaan.´

Ik kan me wel in deze boodschap vinden. De wereld en onze kijk op de wereld zijn niet zwart-wit. Om met de woorden van Joost Zwagerman te spreken: ‘Alles is gekleurd.’

_________________________________________________________________________

Heraclitus en Democritus zijn nu weer te zien als onderdeel van ‘De wereld van Utrecht’ in het Centraal Museum

De wortels van Jan Toorop

Ik krijg een unheimisch gevoel bij dit schilderij. Een klein meisje met een blanke huid in een vrolijk jurkje wordt omkranst door een baan van licht op een open plek in een dicht bos. 

Ze is omgeven door kronkelende boomwortels en duivelse bomen met takken als tentakels die een danse macabre lijken uit te voeren. Je laat zo’n klein kindje toch niet alleen in zo’n creepy bos? Zelfs als volwassene zou ik daar niet in mijn eentje willen zitten, ook niet met zijn tweeën. Toch lijkt het alsof het peutertje zich prima op haar gemak voelt. Nietsvermoedend zit ze in haar eentje zit te spelen, terwijl ze wordt ingesloten door het onheilspellende donker.

De nieuwe generatie, Jan Toorop, 1892

De nieuwe generatie, Jan Toorop, 1892

Als je wat langer naar het schilderij kijkt, blijkt dat ze toch niet helemaal alleen is. Achter de rug van het kleine meisje, half verscholen achter een openstaande deur, staat een wat spookachtige verschijning. Zou dat haar liefhebbende moeder zijn? Hoewel liefhebbend? De dame kijkt in ieder geval niet erg blij en de plantjes in het potje dat ze vasthoudt zijn al verwelkt. Tegelijk verrijst uit de witte kinderstoel van het kleine meisje juist een jong boompje met frisse groene blaadjes. Zou Jan Toorop hiermee juist het nieuwe leven extra kracht willen geven? Waarschijnlijk is het meisje zijn dochter Charley Toorop die het jaar ervoor is geboren. Het schilderij heet natuurlijk niet voor niets De nieuwe generatie.

Ook de telegraafpaal en het stuk rails helemaal vooraan waren eind 19e eeuw tekenen van de nieuwe tijd. Maar hier midden in het bos tussen en over de boomwortels ogen die stadse dingen vreemd misplaatst. Met de struikachtige boompjes op de voorgrond lijkt Toorop juist te verwijzen naar zijn eigen wortels.Deze boompjes groeien op Java waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht.

Het geheel komt op mij onwerkelijk en tegelijk ongemakkelijk realistisch over. Ook al voelt het ongemakkelijk, toch blijf ik er naar kijken.

_________________________________________________________________________

Het schilderij De nieuwe generatie behoort tot de collectie van Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Tot en met 29 mei 2016 te zien als onderdeel van de tentoonstelling Jan Toorop in Gemeentemuseum Den Haag.

Smelten als sneeuw voor de zon

Als we op onze laatste vakantiedag nietsvermoedend in museum KODE in Bergen (Noorwegen) langs de schilderijen lopen, stuiten we op dit schilderij van een gletsjer. ‘Hé!’, roepen we allebei spontaan. Die gletsjer hebben we in het echt gezien.’ Het bijschrift bevestigt onze vermoedens dat dit de Nigardsbreen voorstelt.

Déja vu
Een paar dagen ervoor hebben we zelf bij de Nigardsbreen gestaan. Wel een gek idee dat de Noorse schilder Johan Christian Dahl meer dan anderhalve eeuw voor ons naar dezelfde gigantische brok ijs had staan staren. Het exacte punt waar hij moet hebben gestaan, kunnen wij ons niet voor de geest halen. De houten huisjes die we op het schilderij zien, staan er niet meer. Wel ligt voor de gletsjertong nu een meertje dat we op het schilderij niet terugzien. Aan de luchtige kleding van de herder te zien, heeft Dahl dit tafereel in warmere tijden geschilderd. Op het schilderij is het landschap groen terwijl wij nog door de sneeuw hebben geploeterd om dichter bij de gletsjer te komen.

Nigardsbreen, Johan Christian Dahl, 1844

Nigardsbreen, Johan Christian Dahl, 1844

Blauwer dan blauw
Het blauw op het schilderij lijkt net zo onwerkelijk als in de werkelijkheid. Toen we de gletsjer naderden had ik steeds het gevoel alsof ik op een grote blauw geverfde schuimtaart af liep. Pas toen ik er met mijn neus bovenop stond en het ijs kleine knappende geluidjes hoorde maken, kon ik geloven dat het toch echt ijs was. Eeuwig bevroren water. Hoewel eeuwig?

Nigardsbreen_foto

Terugtrekkende beweging
De Nigardsbreen is nu ongeveer 48 km². In Dahls tijd was deze zij-arm van de Jostedalsbreen – de grootste gletsjer van Europa – groter dan nu. In 1748 was de gletsjer op zijn grootst. Tussen 1870 en 2007 is de Nigardsbreen wel 2,4 km geslonken. Ik ben benieuwd hoe de gletsjer er dan over weer anderhalve eeuw bij ligt. Weer een paar kilometer korter of helemaal verdwenen als sneeuw voor de zon?

_____________________________________________________

Bronnen: KODENVE,  Wikipedia

Vol toewijding geknipt

Op een rustige donderdagavond loop ik via de grote trap in het Stedelijk Museum naar boven en doemt de De parkiet en de zeemeermin tree voor tree voor mij op. Zo treed ik als het ware De oase van Matisse binnen. Nog een paar stappen naar voren en ik sta oog in oog met het wereldberoemde werk. Hoewel oog in oog staan? Mijn blik dwaalt over het doek terwijl ik heen en weer loop – van voor naar achter en van rechts naar links. Zo probeer ik de kleurige vormen in me op te nemen.

Oase-van-Matisse-Jasper-bezoek-Stedelijk

Naast de duidelijk herkenbare blauwe parkiet en zeemeermin, zie ik veel blauwe granaatappels. De bolle vormen met uitsteeksels als kroontjes doen me daar me tenminste aan denken. Dotjes zwierig zeewier zweven in allerlei kleuren voor mijn ogen: blauw, geel, oranje, rozerood en flessengroen. Frisgroen heeft Matisse voor een soort koraalvormen bewaard. Oh wacht even, nu zie ik ook koraal in meerdere kleuren.

Knipsels om in rond te dobberen en te dwalen
Er hangen meer grote knipselwerken die je het gevoel geven een soort surreële wereld binnen te stappen. Ook Oceanië, de lucht en Oceanië, de zee uit 1946 geven me dat gevoel. Deze twee werken zijn luchtig, gronderig en verwarrend tegelijk. Een zandkleur vormt de de ondergrond voor de witte uitgeknipte vormen. Ik associeer die kleur eerder met een droge dorre woestijn dan met lucht en zee. Bij lucht denk ik ook niet aan het koraal dat ik voor me zie. En volgens mij zie ik ook nog kleine haaien en walvissen.

De blauwe ondergrond bij Polynesië, de zee en Polynesië, de lucht uit datzelfde jaar kan ik me meer onderdompelen in het gevoel van zee en lucht. In Polynesië, de zee dobber ik rond in een onderwaterwereld met koraal, wier, vissen en zeesterren. Met Polynesië, de lucht tart Matisse toch weer mijn fantasie of juist het gebrek daaraan. Daar zie ik naast vliegende vogels ook koraal, zeesterren en grote garnalen. Onder is boven en boven is onder?

Dwalen naar een ver verleden

Barbara_knippend_wcMijn gedachten dwalen en dralen niet alleen in fantasiewereld van Matisse, maar gaan ook terug naar mijn eigen kindertijd. Ik zal een jaar of drie geweest zijn toen ik de kracht van de schaar ontdekte. Geen stuk papier was meer veilig voor mijn grijpgrage vingers én de schaar. Ik was zo verknocht aan het knippen dat ik zelfs doorging op de w.c. Ik moest het wel doen met minder mooi papier dan Matisse. Hij werkte met papier dat zijn assistenten van tevoren in zorgvuldig gekozen kleuren beschilderden. Ik moest het doen met een oude Margriet of Libelle.

Vol toewijding knipte ik er in mijn jonge jaren lustig op los. Alleen waar ik niet verder kwam dan bemoedigende woorden van trotse ouders, oogstte Matisse zijn toegewijde knippen al tijdens zijn leven lovende kritieken. En nu eert het Stedelijk Museum hem met de grootste tentoonstelling van zijn werk ooit in Nederland.

_________________________________________________________________________

De oase van Matisse is van 27 maart tot 16 augustus 2015 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Bron: Stedelijk.nl 

Langs ellenlange rijen

Op mijn eerste vrije woensdag na de opening wil ik meteen naar Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Om 11 uur kom ik rustig aanlopen en stuit meteen al op de eerste rij. Glimlachend loop ik linea recta naar de beveiliger die me meteen doorlaat. Na rij nummer één volgt rij twee. Eindelijk binnen, denk je dan als bezoeker met je reservering voor Late Rembrandt in de hand. Maar dan moet de langste rij nog komen. Direct na de poortjes slingert rij drie de nieuwe Philips-vleugel in. Ook deze rij kan ik fluitend voorbij…

Late Rembrandt Barbara Tieks

Met mijn Museumkaart vind ik het nooit nodig om een van de vijf vriendenpassen bij ThiemeMeulenhoff te reserveren. Maar nu ben ik er maar wat blij mee: zonder reservering met toeslag van € 7,50 alle ellenlange rijen voorbij! Dat is een van de leuke bijkomstigheden van de samenwerking tussen het Rijksmuseum en ThiemeMeulenhoff.

Eenmaal bij de tentoonstelling ben ik alsnog overweldigd door de enorme drukte. Overal om me heen geroezemoes en geschuifel van mensen. De late Rembrandt heb je duidelijk niet voor je alleen. Zoveel bijzondere werken van over de hele wereld nu allemaal onder één dak. Dat maken we volgens het Rijksmuseum maar één keer in ons leven mee. En dan wil je er natuurlijk bij zijn.

Mijn favoriete werken
Het mooiste vind ik de intiemere portretten. Vooral die waarop vrouwen zijn afgebeeld. De emotie die op hun gezicht te zien is. Prachtig hoe nota bene een man zo waarachtig hun emoties heeft kunnen schilderen! De gepijnigde blik van Lucretia die zelfmoord pleegt uit schaamte, omdat ze verkracht is.

De vertwijfelde blik van de badende Batseba die een brief met een oneerbaar voorstel krijgt van koning David. De onschuldige blik van de badende vrouw die haar witte jurk net iets te hoog optilt. Dat zou zijn vrouw Hendrickje Stoffels kunnen zijn.

Lucretia, Rembrandt van Rijn, 1666 - Minneapolis Institute of Arts

Lucretia

Bathsheba met David’s brief, Rembrandt, ca. 1654

Batseba met David’s brief

Het portret van zijn zoontje Titus aan de lezenaar is ook heel vertederend: het peinzende gezichtje, duim onder zijn kin, de schrijfspullen die vlak voor onze neus over de rand bungelen. En ik blijf ook maar naar de licht melancholische blik van Het Joodse bruidje kijken. Ik ben niet de enige: Vincent van Gogh had zelfs tien jaar van zijn leven over om veertien dagen naar dit schilderij te mogen kijken.

Badende vrouw Rembrandt

Badende vrouw

Titus aan de lezenaar , Rembrandt Harmensz van Rijn, 1655 - Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

Titus aan de lezenaar

Trots op de samenwerking
Kunst is niet alleen maar mooi om te kijken. Van kunst kijken kan je ook heel veel leren. Over geschiedenis, religie en hoe we als mens naar de wereld om ons heen kijken. Altijd als ik me verder in een kunstwerk of kunstenaar verdiep, leer ik weer nieuwe dingen. Daarom vind ik het ook heel mooi dat ThiemeMeulenhoff en het Rijksmuseum samen de verbinding tussen kunst en leren leggen.

Bronnen beelden: Rijksmuseum, Minneapolis Institute of Art, Boijmans Van Beuningen, Musée du Louvre

Liefde en lust

‘You must see those marvelous nipples!’ Schuchter gelach en gekuch klinken door de Nicolaaskerk. Julian Spalding heeft de toon gezet bij de opening van de tentoonstelling Liefde en Lust in het Centraal Museum. Zijn wervelende betoog over de mooiste tepels ter wereld doet me denken aan nipplegate van een paar jaar geleden. Een natuurlijk aan de actuelere vijftig tinten grijs. Nou één ding kan ik je vertellen: de werken van Joachim Wtewael (1566-1638) zijn allesbehalve grijs.

Mars en Venus betrapt door Vulcanus, Joachim Wtewael, 1606-1610. Collectie: The J. Paul Getty Museum, Los Angeles

Mars en Venus betrapt door Vulcanus, Joachim Wtewael, 1606-1610.
Collectie: The J. Paul Getty Museum, Los Angeles

De erotisch getinte schilderijen zijn allemaal even kleurrijk en tot in de kleinste details uitgewerkt. Op groot, maar ook op minutieus formaat. Allemaal zijn ze even prachtig en zinnelijk. Zelfs de keukenscenes stralen iets sensueels uit, met een vleugje humor. In alle schilderijen zit een behoorlijke knipoog.

De overspelige Venus
Een van de mooiste werken vind ik Mars en Venus betrapt door Vulcanus (1606-1610). Je kunt niet om de enorm gestileerde billen heen van Vulcanus, de echtgenoot van Venus. Pontificaal heeft hij zijn kont naar ons toe gekeerd. Op dit tafereel ziet Vulcanus er best lekker uit zo van achter. Maar volgens de mythe was hij mank en niet aantrekkelijk. Ik heb ook wel wat medelijden met hem. Dat hij zo door zijn vrouw Venus wordt bedrogen. Mars had een grotere aantrekkingskracht op Venus en ze werd ook nog eens een handje geholpen door haar zoontje Cupido.

Waar Mars en Venus mee bezig zijn is wel duidelijk. Wat iets minder goed te zien is, is dat Vulcanus een ragfijn bronzen net heeft gesmeed om hen tijdens de liefdesdaad te vangen. Volgens de legende toonde hij het betrapte stel aan de goden in de hoop dat ze het overspelige paar zouden beschimpen. Tot grote teleurstelling van Vulcanus gebeurde dit niet. De goden konden wel om dit schouwspel lachen en Mercurius zou zelfs wel met Mars willen ruilen. Daar sta je dan mooi in je hemd. In dit geval dus in je schort.

Een Gereformeerde calvinist
Hoe kan het toch dat een Gereformeerde calvinist zulke erotische taferelen kon schilderen? En daarmee weg kwam in een tijd waarin dit absoluut niet gebruikelijk was? Op die vraag krijg ik geen antwoord. Als je de (zelf)portretten van hem en zijn vrouw ziet zijn ze trouwens allesbehalve erotisch. Ze zijn in stijf zwart gekleed met grote witte molenkragen om hun hals. Wel kijken ze je met een frisse open blik aan. Was Wtewael misschien iemand die de katjes in het donker kneep? Nou ja zo donker en verhullend zijn zijn schilderijen anders niet.

Liefde of lust?
Getriggerd door de oproep van Julian Spalding om die fantastisch geschilderde tepels te bekijken concentreerde ik me dus vooral op de erotische schilderijen. Een ander pareltje is Lot en zijn dochters waar Lot zijn hand om een borst van een van zijn dochters vouwt. Ja, ja, zie ik je al denken. Als hij dat niet had gezegd had je daar natuurlijk niet op gelet! Maar zeg nou zelf: zijn we niet allemaal stiekem het meest geïnteresseerd in lust en liefde? In welke volgorde laat ik graag aan jou over…

________________________________________________________________________

De tentoonstelling Liefde & Lust is tot en met 25 mei 2015 te zien in het Centraalmuseum.nl.

Bronnen: Centraalmuseum.nlstatic.digischool.nl

Beslist geen krokodillentranen

Tranen wellen op in haar ogen en biggelen over haar wangen. Dit zijn beslist geen krokodillentranen. Aan haar rode gezwollen ogen zie je dat ze al een tijdje huilt. Door de levensechtheid van haar huilende ogen blijf ik een tijdje bij dit schilderij hangen. Ook haar dieprode zwoele lippen laten me niet onberoerd. Ze doen me een beetje denken aan die van de actrice Scarlett Johansson.  

Boetevaardige Maria Magdalena, Dirck Bleker, 1651, collectie Rijksmuseum Amsterdam

Boetevaardige Maria Magdalena, Dirck Bleker, 1651

Ogen zijn de spiegels van de ziel
Maar nu even terug naar die ogen die me het eerst raakten. Tijdens de audiotour bij de expositie ‘Emoties – Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw’ in het Frans Hals Museum hoor ik waarom ogen zo’n aantrekkingskracht hebben. Volgens de kunstschilder en schrijver Karel van Mander, 1548-1606, waren de ogen de spiegels van de geest en de boodschappers van het hart. Liefde en smart zou je in de ogen herkennen.

Intens verdriet
Maar waarom huilt deze dame dan? Als je haar ogen volgt zie je waar haar blik op is gericht: op het kruisbeeld van Jezus Christus. Dát verklaart haar verdriet. Ze rouwt om Jezus Christus die aan het kruis is gestorven. Ze ziet er ook een beetje verslagen uit. Maar waarom dan toch zo’n intens verdriet? Deze dame is Maria Magdalena, een van de trouwe volgelingen van Jezus. Volgens de Bijbel was Maria Magdalena een prostituee die zich had bekeerd tot het christelijke geloof. Haar ontblote borst laat ons zien dat ze een dame van lichte zeden was. Het was natuurlijk ook een mooi excuus voor Dirck Bleker om een blote vrouwenborst te schilderen.

Leven in een grot
Op het schilderij zie je schuin achter Maria Magdalena langs grillig gevormde stenen een doorkijkje naar buiten. Ook leunt ze op een rotsblok. Hieruit kun je opmaken dat ze zich in een grot bevindt. Volgens de verhalen uit de middeleeuwen leefde Maria Magdalena na de dood van Christus als een kluizenares in een grot in de woestijn. Dit deed ze om boete te doen voor haar zonden. Brrr, wat zal zo’n koude vochtige grot onaangenaam zijn. Wat we niet op dit schilderij zien, maar wel vaak wordt verteld is dat ze zichzelf warm hield met haar lange haren. Dat lijkt me nu niet echt behaaglijk…..

________________________________________________________________________

Het schilderij Boetevaardige Maria Magdalena en vele andere werken zijn tot en met 15 februari te bewonderen bij de tentoonstelling Emoties – Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw in het Frans Hals Museum in Haarlem.

Bronnen: Rijksmuseum.nl, FransHalsMuseum.nl

Beelden met body

Pantorkrator, Cathedral Santa Maria Assunta in Pisa, Italy. by Cimabue 1302

Pantokrator, Cimabue, 1302

In mijn vorige blog over de ontwikkeling van de christelijke kunst stopte onze reis met de opkomst van de bedevaartsoorden zoals Santiago de Compostella halverwege de 12e eeuw.

In diezelfde tijd beginnen de driedimensionale beelden voorzichtig terug te komen. Beelden die de christenen eerder hadden verboden. Het voornaamste doel is nog steeds: onderwijzen en waarschuwen. Eerst is het nog een bijna plat basreliëf, daarna wordt het een sculptuur die nog half deel van de gevel of pijler uitmaakt en later letterlijk los komt van de architectuur. Ook krijgen de beelden steeds meer volume, natuurlijke houdingen en een echter eigen gezicht. Jezus Christus wordt vaak afgebeeld als Majestus Domini in een amandelvormige aureool – de zogeheten mandorla.

God is licht
In de 13e eeuw vindt Abt Suger: ‘God is licht’. Hij brengt licht, pracht en praal in de kerk om de gelovigen het licht van God te laten ervaren. Hij laat de Romaanse St. Dennis aan de binnenkant verbouwen met Gotische kenmerken, waaronder spitsbogen en prachtig gekleurde roosvensters. Hiermee gaat hij tegen de bestaande conventies in van belangrijke hoofden van kloosterordes, zoals Bernardus van Clairveaux die juist de Romaanse bouw propageren vanwege de soberheid en eenvoud.

In dezelfde eeuw deelt de Italiaanse franciscaanse theoloog Bonaventura (1217/18 – 1274) de mening dat de afbeeldingen niet alleen voor de analfabeten bestemd zijn. De afbeeldingen dienen volgens hem ook als geheugensteun en voor het opwekken van devotie. Als je beelden van de lijdensweg van Christus ziet, kun je meer in het verhaal opgaan dan door het alleen maar te horen.

De bewening van Christus, Giotto, 1304-1313, Scrovegni kapel, Padua

De bewening van Christus, Giotto, 1304-1313

Realistischer in de renaissance
Rond ca. 1300 schildert Giotto di Bondone als eerste twee wenende personen, op de rug gezien in De bewening van Christus. Ook bij de andere fresco’s in de Scrovegni-kapel schildert hij de mensen zoals die normaal ook in een kring om iemand heen staan. Hierdoor worden de voorstellingen realistischer voor de toeschouwer. Wat in deze nieuwe compositie wel heel raar lijkt, zijn de aureolen die bij de mensen op de rug gezien als een soort plaat voor hun kop zweeft. Bij de beeltenissen van de deugden en ondeugden slaagt hij erin een beeld op het platte vlak als driedimensionaal over te laten komen. Zo vertellen alle fresco’s in de Srovegni-kapel heel gedetailleerd en levendig het christelijke verhaal en de leefregels. Niet voor niets schrijft Julian Bell in zijn boek Spiegel van de wereld (2008) dat Giotto ‘nadien is erkend als de grondlegger van de westerse schilderkunst’.

Kunstenaars na Giotto vervolgen de weg die hij in de Italiaanse renaissance is ingeslagen om het verhaal nog overtuigender en geloofwaardiger te maken. De kunstenaars spelen met het perspectief en het weergeven van de omgeving. Later proberen ze ook meer echte emoties uit te beelden.

Middel wordt doel
Waar de natuur of gebeurtenis zo echt mogelijk verbeelden eerst het middel was om het verhaal over te brengen wordt dit rond 1400 een doel op zich. Er vindt een verschuiving plaats van de Kerk als voornaamste opdrachtgever naar de rijke burgers en de hoven. Zo laat Catharina van Kleef een heel duur getijdenboek (een gebedenboek dat de tijden van de dag volgt) decoreren met familiewapens en afbeeldingen van zichzelf dicht bij Maria.

Uomo universalis en il divino
Halverwege de 15e eeuw verschijnt Leonardo da Vinci (1452-1519) op het toneel als een allround wetenschapper. De uomo universalis is zeer geïnteresseerd in de anatomie van het menselijk lichaam. Hij laat in zijn werk Laatste avondmaal (1495-1498) een perfecte balans zien tussen de bijna verstilde Jezus Christus in het midden en de dynamische groep eromheen. De mensen vertellen met hun levensechte houding en echte gebaren het verhaal.

Laatste oordeel (detail),, Michelangelo, 1534-1541, Sixtijnse Kapel Rome

Laatste oordeel (detail),, Michelangelo, 1534-1541

Michelangelo (1475-1564) gaat nog een stap verder. De kunstbiograaf Giorgo Vasari (1511-1574) noemt Michelangelo (1475-1564) zelfs helemaal het summum – ‘il divino’. Zijn verbeelding van de schepping van de aarde (oude testament) op het plafond in de Sixtijnse kapel in Rome is inderdaad fantastisch hemels. Alleen de mannen op zijn voorstelling van het laatste oordeel op de altaarmuur staan er wel heel gespierd op. Zelfs de vrouwen staan erop als uit de kluiten gewassen bodybuilders met geboetseerde borsten.

Zo verbeeldt ´il divino´ uiteindelijk de niet te verbeelden godheid als een aardse mensheid in de hemel. En is hij voor veel kunstenaars na hem een lichtend voorbeeld.

_________________________________________________________________________

Ik heb deze blog geschreven als gastblogger op de website van Kunsthistorische Leergangen Utrecht.

Bronnen: Spiegel van de wereld, Julian Bell, 2008, Wikipedia.nl,
Cursus Inleiding kunstgeschiedenis, Hanneke Leenders – KLU