Liefde en lust

‘You must see those marvelous nipples!’ Schuchter gelach en gekuch klinken door de Nicolaaskerk. Julian Spalding heeft de toon gezet bij de opening van de tentoonstelling Liefde en Lust in het Centraal Museum. Zijn wervelende betoog over de mooiste tepels ter wereld doet me denken aan nipplegate van een paar jaar geleden. Een natuurlijk aan de actuelere vijftig tinten grijs. Nou één ding kan ik je vertellen: de werken van Joachim Wtewael (1566-1638) zijn allesbehalve grijs.

Mars en Venus betrapt door Vulcanus, Joachim Wtewael, 1606-1610. Collectie: The J. Paul Getty Museum, Los Angeles

Mars en Venus betrapt door Vulcanus, Joachim Wtewael, 1606-1610.
Collectie: The J. Paul Getty Museum, Los Angeles

De erotisch getinte schilderijen zijn allemaal even kleurrijk en tot in de kleinste details uitgewerkt. Op groot, maar ook op minutieus formaat. Allemaal zijn ze even prachtig en zinnelijk. Zelfs de keukenscenes stralen iets sensueels uit, met een vleugje humor. In alle schilderijen zit een behoorlijke knipoog.

De overspelige Venus
Een van de mooiste werken vind ik Mars en Venus betrapt door Vulcanus (1606-1610). Je kunt niet om de enorm gestileerde billen heen van Vulcanus, de echtgenoot van Venus. Pontificaal heeft hij zijn kont naar ons toe gekeerd. Op dit tafereel ziet Vulcanus er best lekker uit zo van achter. Maar volgens de mythe was hij mank en niet aantrekkelijk. Ik heb ook wel wat medelijden met hem. Dat hij zo door zijn vrouw Venus wordt bedrogen. Mars had een grotere aantrekkingskracht op Venus en ze werd ook nog eens een handje geholpen door haar zoontje Cupido.

Waar Mars en Venus mee bezig zijn is wel duidelijk. Wat iets minder goed te zien is, is dat Vulcanus een ragfijn bronzen net heeft gesmeed om hen tijdens de liefdesdaad te vangen. Volgens de legende toonde hij het betrapte stel aan de goden in de hoop dat ze het overspelige paar zouden beschimpen. Tot grote teleurstelling van Vulcanus gebeurde dit niet. De goden konden wel om dit schouwspel lachen en Mercurius zou zelfs wel met Mars willen ruilen. Daar sta je dan mooi in je hemd. In dit geval dus in je schort.

Een Gereformeerde calvinist
Hoe kan het toch dat een Gereformeerde calvinist zulke erotische taferelen kon schilderen? En daarmee weg kwam in een tijd waarin dit absoluut niet gebruikelijk was? Op die vraag krijg ik geen antwoord. Als je de (zelf)portretten van hem en zijn vrouw ziet zijn ze trouwens allesbehalve erotisch. Ze zijn in stijf zwart gekleed met grote witte molenkragen om hun hals. Wel kijken ze je met een frisse open blik aan. Was Wtewael misschien iemand die de katjes in het donker kneep? Nou ja zo donker en verhullend zijn zijn schilderijen anders niet.

Liefde of lust?
Getriggerd door de oproep van Julian Spalding om die fantastisch geschilderde tepels te bekijken concentreerde ik me dus vooral op de erotische schilderijen. Een ander pareltje is Lot en zijn dochters waar Lot zijn hand om een borst van een van zijn dochters vouwt. Ja, ja, zie ik je al denken. Als hij dat niet had gezegd had je daar natuurlijk niet op gelet! Maar zeg nou zelf: zijn we niet allemaal stiekem het meest geïnteresseerd in lust en liefde? In welke volgorde laat ik graag aan jou over…

________________________________________________________________________

De tentoonstelling Liefde & Lust is tot en met 25 mei 2015 te zien in het Centraalmuseum.nl.

Bronnen: Centraalmuseum.nlstatic.digischool.nl

Beslist geen krokodillentranen

Tranen wellen op in haar ogen en biggelen over haar wangen. Dit zijn beslist geen krokodillentranen. Aan haar rode gezwollen ogen zie je dat ze al een tijdje huilt. Door de levensechtheid van haar huilende ogen blijf ik een tijdje bij dit schilderij hangen. Ook haar dieprode zwoele lippen laten me niet onberoerd. Ze doen me een beetje denken aan die van de actrice Scarlett Johansson.  

Boetevaardige Maria Magdalena, Dirck Bleker, 1651, collectie Rijksmuseum Amsterdam

Boetevaardige Maria Magdalena, Dirck Bleker, 1651

Ogen zijn de spiegels van de ziel
Maar nu even terug naar die ogen die me het eerst raakten. Tijdens de audiotour bij de expositie ‘Emoties – Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw’ in het Frans Hals Museum hoor ik waarom ogen zo’n aantrekkingskracht hebben. Volgens de kunstschilder en schrijver Karel van Mander, 1548-1606, waren de ogen de spiegels van de geest en de boodschappers van het hart. Liefde en smart zou je in de ogen herkennen.

Intens verdriet
Maar waarom huilt deze dame dan? Als je haar ogen volgt zie je waar haar blik op is gericht: op het kruisbeeld van Jezus Christus. Dát verklaart haar verdriet. Ze rouwt om Jezus Christus die aan het kruis is gestorven. Ze ziet er ook een beetje verslagen uit. Maar waarom dan toch zo’n intens verdriet? Deze dame is Maria Magdalena, een van de trouwe volgelingen van Jezus. Volgens de Bijbel was Maria Magdalena een prostituee die zich had bekeerd tot het christelijke geloof. Haar ontblote borst laat ons zien dat ze een dame van lichte zeden was. Het was natuurlijk ook een mooi excuus voor Dirck Bleker om een blote vrouwenborst te schilderen.

Leven in een grot
Op het schilderij zie je schuin achter Maria Magdalena langs grillig gevormde stenen een doorkijkje naar buiten. Ook leunt ze op een rotsblok. Hieruit kun je opmaken dat ze zich in een grot bevindt. Volgens de verhalen uit de middeleeuwen leefde Maria Magdalena na de dood van Christus als een kluizenares in een grot in de woestijn. Dit deed ze om boete te doen voor haar zonden. Brrr, wat zal zo’n koude vochtige grot onaangenaam zijn. Wat we niet op dit schilderij zien, maar wel vaak wordt verteld is dat ze zichzelf warm hield met haar lange haren. Dat lijkt me nu niet echt behaaglijk…..

________________________________________________________________________

Het schilderij Boetevaardige Maria Magdalena en vele andere werken zijn tot en met 15 februari te bewonderen bij de tentoonstelling Emoties – Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw in het Frans Hals Museum in Haarlem.

Bronnen: Rijksmuseum.nl, FransHalsMuseum.nl

Niets dan schuld

Op een mooie zomerdag in september rijden we naar Padua, vlakbij Venetië. Dat is hét doel van onze zomervakantie, of tenminste mijn doel…. Dat idee was bij mij gerezen tijdens de Inleiding in de kunstgeschiedenis van de KLU in Utrecht. De fresco’s van Giotto maakten toen zoveel indruk op mij dat ik ze per se in het echt wilde zien.

Afdeling radiologie
Nadat we ons de receptie hebben gemeld, worden we weer naar buiten gestuurd. De kapel is elders op het terrein. We wachten voor een glazen gebouwtje tot we met 20 man tegelijk naar binnen kunnen. Als dan eindelijk de glazen deur voor ons open glijdt mogen we een voor een plaatsnemen in een glazen ruimte. Daar moeten we 20-30 minuten acclimatiseren voordat we de kapel in mogen. De twee museummedewerkers verlaten de ruimte weer en verschansen zich in een soort portiersloge van waar ze ons kunnen zien. Ik krijg het gevoel dat we bij de afdeling radiologie beland zijn.Gelukkig worden we wel vermaakt met een introductiefilm over het leven en werk van Giotto.

Plafond Scrovegni-kapel, Giotto, 1303-1305

Plafond Scrovegni-kapel, Giotto, 1303-1305

De tijd tikt door
Als we eindelijk de kapel binnengaan word ik het meest getroffen door de helderblauwe sterrenhemel boven ons hoofd: kobaltblauw met fonkelende gele sterren. Het wordt niet voor niets het hemelse gewelf genoemd. We hebben maar een half uur de tijd. Dan komt de volgende groep alweer. Van gekkigheid weet ik niet waar ik moet kijken. De hele kapel is rondom beschilderd. Geen stukje muur of plafond is leeg gebleven. Van het plafond laat ik mijn blik over de muren glijden. De onderste rij beeltenissen boven de banken lijken wel van marmer. Als ik ze van dichterbij bekijk, blijken ze toch geschilderd. Knap staaltje vakmanschap!

Net echt
De helderheid en krachtige uitstraling van de afgebeelde figuren zijn het volgende dat me opvalt. Hun lichamen hebben volume, massa. De kleren plooien om hun lijf. Hun gezichten hebben karakteristieke trekken, hun gebaren lijken echt. Giotto was voor die tijd een vernieuwer in zo levensecht schilderen. Sinds de ‘Oude Grieken’ werd niet meer natuurgetrouw geschilderd. Sommige vrouwen hebben sporen op de wangen alsof hun mascara is uitgelopen. Zouden ze dat in die tijd al hebben gehad? Wie weet. Cleopatra had tenslotte ook al zwartomrande ogen.

Niet alleen de mensen, maar ook sommige gebouwen en kamers, zien er behoorlijk realistisch uit. Uit een tutorial van Khan Academy leer ik dat Giotto in de kapel heel natuurgetrouw ruimten heeft weergegeven terwijl het lineair perspectief pas later werd uitgevonden!

De bewening, Giotto, 1303-1305

De bewening, Giotto, 1303-1305

Nog niet helemaal in de vingers
Hoewel, niet alles oogt even realistisch. Elisabeth heeft bijvoorbeeld rimpels om haar ogen en mond in een verder glad gezicht. Dat ziet er wel een beetje vreemd uit; als een omgekeerde botox-behandeling. Een grappig detail bij Het laatste avondmaal: Giotto heeft de apostelen tegenover Jezus Christus op de rug geschilderd, maar hun aureolen hangen voor hun gezicht. Daardoor lijkt het alsof ze een bord voor hun kop hebben. Bij één apostel loopt een spijl van het gewelf van de ruimte achter de rug dwars door zijn hoofd heen.

Het laatste avondmaal, Capella Scrovegni, Giotto, 1303-1305

Het laatste avondmaal, Giotto, 1303-1305

Eigenzinnige interpretatie
De engelen hebben bij Giotto geen benen, maar een soort aandrijving als een vuurvlam van een straaljager. Ook wel bijzonder is dat de engelen met Maria en de andere rouwenden meehuilen op de afbeelding de Bewening.

Op de achterwand heeft Giotto Het laatste oordeel geschilderd. Aan de rechterkant – in de hel – is het een enorme chaos. Zou Jheronimus Bosch daar zijn inspiratie vandaan hebben gehaald? Volgens Wikipedia vermoeden sommige auteurs dat Bosch enige tijd in of nabij Venetië heeft doorgebracht. Dus misschien heeft hij de fresco’s van Giotto toen gezien.

Aan de linkerkant van Het laatste oordeel bevinden zich de door Christus gezegenden. Hier zit Giotto zijn opdrachtgever Enrico Scrovegni geknield terwijl hij de kapel aan de drie Maria´s overhandigt. Zijn vader en hij waren geldwoekeraars die veel mensen hadden bedrogen. Ik vind het nogal ontluisterend dat in die tijd dus ook al witteboordcriminelen bestonden. Of misschien wel sinds het begin van de mensheid….

Met de stichting van de kapel zou Enrico mogelijk een soort van de schuld van zijn vaders wandaden en die van hemzelf afkopen. Eerst verdien je veel geld over de ruggen van anderen, dan laat je van hun geld een mooie kapel bouwen en je bent weer vrij van zonden. Ik vind de kapel prachtig, maar huiver bij die gedachte wel van afgrijzen….

Fragment Het laatste oordeel, Giotto, 1303-1305

Fragment Het laatste oordeel, Giotto, 1303-1305

Bronnen: Khan Academy, Wikipedia, Giotto in Padua door Roberto D’Adda.

Kleuren die aan je trekken

Gemeentemuseum Den Haag

Jaren geleden zag ik bij toeval een doek van Rothko. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik weet niet meer wat ik die dag verder heb gezien. Alleen dat we met zijn vieren al op weg naar de uitgang waren en ik terugliep om nog een keer te kijken. Het doek trok me als het ware terug…..

Sommige mensen beginnen bij het zien van zijn werk zelfs te huilen. Ook al vloeien er bij mij geen tranen, ik word wel geraakt door de enorme kleurvlakken. Wat is dat toch met die doeken van Rothko?

Kleuren die leven en beven
Ik begrijp het zelf ook niet zo goed, maar het lijkt net of die kleurvlakken ademen en bewegen. Sommige doeken zijn opgebouwd uit wel 42 lagen verf! Je ogen blijven over de kleurvlekken dwalen en erin verdwalen. De doeken houden me een soort van gevangen en beïnvloeden mijn stemming van dat moment.

Een doek met een één groot wit vlak en één fel oranje lijkt wel haast op te lichten. Ik voel mezelf vrolijker worden terwijl ik ernaar kijk. Net als wanneer ik de citrusgeur in het parfum Happy van Clinique opsnuif.

Een ander werk is veel donkerder met een brede baan lila-paars boven een nog groter blok zwart. Toch is het geheel niet zwaar. Dat komt door de blauwgrijze ondergrond en sinaasappel-oranje in een rafelrandje aan de onderkant en als een zweempje in het paars. Het heeft iets speels net als een muziekstuk waarin hoge en lage tonen elkaar afwisselen. Dit werk is een van mijn favorieten. En niet alleen die van mij zie ik later op de cover van de catalogus. Het was me eerder niet opgevallen op het affiche.

Als ik voor een kobaltblauw doek sta, geeft het me een klap in het gezicht. De klaprozen balken aan weerszijden trillen in mijn ooghoeken als duizenden LED-lampjes in lichtreclames. Even ben ik uit het lood geslagen door de knalkleuren. Alsof ik zelf een blauw oog en een bloedneus ben geslagen.

Bij de schetsen voor de ‘Seagram Murals’ in New York hangen twee enorme doeken als een soort tegengestelden van elkaar. De ene is diep donkerbruin met een bijna zwart vierkant erin en de de andere is bijna gitzwart met een donkerbruin vierkant. Als ik het zo opschrijf lijkt het heel doods. Maar niets is minder waar. Ook deze doeken vibreren, lijken te leven. Ik blijf steeds van de ene naar de andere kijken en weer terug.

Een werk met oranje op kastanjebruin straalt iets warms, behaaglijks en knus uit als een knapperend haardvuur in een houten blokhut in de Rocky Mountains. Voor de deur liggen oranje pompoenen in een dik roodbruin bladerdek.

De X-factor
Met mijn verstand kan ik er niet bij, maar Rothko zijn doeken hebben dus een enorme aantrekkingskracht op mij. Normaal ben ik na ongeveer anderhalf uur kunst kijken wel verzadigd. Maar voor de solo-tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag heb ik extra tijd uitgetrokken. Vervolgens moet en zal ik tot de laatste minuut blijven kijken. Naast mij staat een vrouw die al voor de vierde keer komt kijken. Voor mij is het de eerste keer dat ik per se voor de tweede keer naar een tentoonstelling wil. Hoe heeft die Rothko het toch gepresteerd?

Beelden met body

Pantorkrator, Cathedral Santa Maria Assunta in Pisa, Italy. by Cimabue 1302

Pantokrator, Cimabue, 1302

In mijn vorige blog over de ontwikkeling van de christelijke kunst stopte onze reis met de opkomst van de bedevaartsoorden zoals Santiago de Compostella halverwege de 12e eeuw.

In diezelfde tijd beginnen de driedimensionale beelden voorzichtig terug te komen. Beelden die de christenen eerder hadden verboden. Het voornaamste doel is nog steeds: onderwijzen en waarschuwen. Eerst is het nog een bijna plat basreliëf, daarna wordt het een sculptuur die nog half deel van de gevel of pijler uitmaakt en later letterlijk los komt van de architectuur. Ook krijgen de beelden steeds meer volume, natuurlijke houdingen en een echter eigen gezicht. Jezus Christus wordt vaak afgebeeld als Majestus Domini in een amandelvormige aureool – de zogeheten mandorla.

God is licht
In de 13e eeuw vindt Abt Suger: ‘God is licht’. Hij brengt licht, pracht en praal in de kerk om de gelovigen het licht van God te laten ervaren. Hij laat de Romaanse St. Dennis aan de binnenkant verbouwen met Gotische kenmerken, waaronder spitsbogen en prachtig gekleurde roosvensters. Hiermee gaat hij tegen de bestaande conventies in van belangrijke hoofden van kloosterordes, zoals Bernardus van Clairveaux die juist de Romaanse bouw propageren vanwege de soberheid en eenvoud.

In dezelfde eeuw deelt de Italiaanse franciscaanse theoloog Bonaventura (1217/18 – 1274) de mening dat de afbeeldingen niet alleen voor de analfabeten bestemd zijn. De afbeeldingen dienen volgens hem ook als geheugensteun en voor het opwekken van devotie. Als je beelden van de lijdensweg van Christus ziet, kun je meer in het verhaal opgaan dan door het alleen maar te horen.

De bewening van Christus, Giotto, 1304-1313, Scrovegni kapel, Padua

De bewening van Christus, Giotto, 1304-1313

Realistischer in de renaissance
Rond ca. 1300 schildert Giotto di Bondone als eerste twee wenende personen, op de rug gezien in De bewening van Christus. Ook bij de andere fresco’s in de Scrovegni-kapel schildert hij de mensen zoals die normaal ook in een kring om iemand heen staan. Hierdoor worden de voorstellingen realistischer voor de toeschouwer. Wat in deze nieuwe compositie wel heel raar lijkt, zijn de aureolen die bij de mensen op de rug gezien als een soort plaat voor hun kop zweeft. Bij de beeltenissen van de deugden en ondeugden slaagt hij erin een beeld op het platte vlak als driedimensionaal over te laten komen. Zo vertellen alle fresco’s in de Srovegni-kapel heel gedetailleerd en levendig het christelijke verhaal en de leefregels. Niet voor niets schrijft Julian Bell in zijn boek Spiegel van de wereld (2008) dat Giotto ‘nadien is erkend als de grondlegger van de westerse schilderkunst’.

Kunstenaars na Giotto vervolgen de weg die hij in de Italiaanse renaissance is ingeslagen om het verhaal nog overtuigender en geloofwaardiger te maken. De kunstenaars spelen met het perspectief en het weergeven van de omgeving. Later proberen ze ook meer echte emoties uit te beelden.

Middel wordt doel
Waar de natuur of gebeurtenis zo echt mogelijk verbeelden eerst het middel was om het verhaal over te brengen wordt dit rond 1400 een doel op zich. Er vindt een verschuiving plaats van de Kerk als voornaamste opdrachtgever naar de rijke burgers en de hoven. Zo laat Catharina van Kleef een heel duur getijdenboek (een gebedenboek dat de tijden van de dag volgt) decoreren met familiewapens en afbeeldingen van zichzelf dicht bij Maria.

Uomo universalis en il divino
Halverwege de 15e eeuw verschijnt Leonardo da Vinci (1452-1519) op het toneel als een allround wetenschapper. De uomo universalis is zeer geïnteresseerd in de anatomie van het menselijk lichaam. Hij laat in zijn werk Laatste avondmaal (1495-1498) een perfecte balans zien tussen de bijna verstilde Jezus Christus in het midden en de dynamische groep eromheen. De mensen vertellen met hun levensechte houding en echte gebaren het verhaal.

Laatste oordeel (detail),, Michelangelo, 1534-1541, Sixtijnse Kapel Rome

Laatste oordeel (detail),, Michelangelo, 1534-1541

Michelangelo (1475-1564) gaat nog een stap verder. De kunstbiograaf Giorgo Vasari (1511-1574) noemt Michelangelo (1475-1564) zelfs helemaal het summum – ‘il divino’. Zijn verbeelding van de schepping van de aarde (oude testament) op het plafond in de Sixtijnse kapel in Rome is inderdaad fantastisch hemels. Alleen de mannen op zijn voorstelling van het laatste oordeel op de altaarmuur staan er wel heel gespierd op. Zelfs de vrouwen staan erop als uit de kluiten gewassen bodybuilders met geboetseerde borsten.

Zo verbeeldt ´il divino´ uiteindelijk de niet te verbeelden godheid als een aardse mensheid in de hemel. En is hij voor veel kunstenaars na hem een lichtend voorbeeld.

_________________________________________________________________________

Ik heb deze blog geschreven als gastblogger op de website van Kunsthistorische Leergangen Utrecht.

Bronnen: Spiegel van de wereld, Julian Bell, 2008, Wikipedia.nl,
Cursus Inleiding kunstgeschiedenis, Hanneke Leenders – KLU  

Mysterieus

Abbey among oak trees, Caspar David Friedrich, 1809/1810

Abbey among oak trees, Caspar David Friedrich, 1809/1810

Dit schilderij ademt voor mij mysterie uit. De warme, gelige gloed van de zon die net onder is of gaat. De donkere gedaanten die bijna eender lijken met de weggezakte grafzerken en kruizen. 

De kleine kruisbeelden steken amper boven de dikke deken van sneeuw uit. Het lijken mij tenminste kruisbeelden. Ze doen me denken aan de kruisbeelden die je veel in Zuid-Limburg tijdens het wandelen tegenkomt. De kale eiken staan er ondanks hun kaalheid statig en bijna sierlijk bij. Tegelijk verwacht ik elk moment een kraai die krijsend de stilte verbreekt.

Al wat rest van de abdij is één stukje muur met een raam dat meer kapot is dan heel. Stukjes lood hangen er zielig naar beneden. Dit beeld roept een herinnering bij me op aan een de ruïne van een oud klooster in Schotland. In een klein bootje in de mist vaarden we ernaartoe. Met zijn tweeën op het onbewoonde eiland waanden we ons alleen met de geesten van de vroegere bewoners. We beeldden ons in hoe ze hier hadden geleefd, waar ze hadden geslapen, gegeten en gebeden.

Het tafereel op dit schilderij heeft ook iets kalms, iets rustgevends. Door het gat in de muur voeren de monniken de overledene in stilte weg naar de laatste rustplaats. Naar gene zijde. Daardoor sta ik zelf weer even stil bij de vergankelijkheid van het leven. Eens ga je allemaal. Niemand is onsterfelijk.

Die mysterieuze sfeer ademen bijna alle schilderijen uit die ik van Caspar David Friedrich ken. Die sfeer trekt me aan en geeft me tegelijkertijd een wat ongemakkelijk gevoel.

Bron foto: Wikimedia Commons

Uitsloverij

Bronsttijd Het Nationale Park De Hoge Veluwe

Zonder gene naar geile mannetjes kijken? Dat kan in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Elk jaar in september is het feest op de Veluwe. Het hele jaar kijken de mannetjes er naar uit om een maand lang helemaal los te gaan. Nou ja, losgaan? Ze sloven zich een maand lang uit om een paar vrouwtjes te veroveren voor luttele seconden….

To see or not to see?
Nadat we met zestig man in een zaaltje naar de introductiefilm over de bronsttijd hadden gekeken, gingen we in drie groepen uit elkaar. Onze gids deed meteen even aan verwachtingsmanagement: het blijft de natuur en die laat zich niet voorspellen. Dus voor hetzelfde geld zouden we niets zien. Waren we daarvoor uren onderweg geweest? Toen we bij de kijkershut aankwamen, moesten we onze mobiele telefoon op stil zetten en mochten we niet flitsen. Tot onze verbazing mochten we wel zachtjes praten. De herten zijn al zo aan mensen gewend dat ze daarvan niet meer schrikken. Hoezo wild? Waar ze wel van schrikken is een hand die ineens tussen de houten planken van de hut doorsteekt. Dus handjes binnenboord!

We hadden mazzel. Vlak voor onze neus stond een roedel met jawel, een mannetje erbij. En uitsloven dat die zich deed. Om de vrouwtjes heen drentelen en er met zijn tong uit zijn bek achteraan lopen om hun geur op te snuiven. Zo ruikt ie wanneer een vrouwtje tochtig is en klaar voor de daad. Dat is maar 36 uur per jaar en dan wil je er wel bij zijn. Dus er werd heel wat af gesnoven. Als een dame van de roedel weg dreigde te lopen ging ie er ook meteen achteraan.

Axe-effect
De vrouwtjes willen ook wat. Dus nam ie een lekker piesbad. Eerst tegen zijn eigen buik aan sprietsen en vervolgens in het zand rollen zodat ie all over his body was geparfumeerd. Een soort Axe-effect! Je moet het maar lekker vinden. Een hinde – een vrouwelijk hert – kennelijk wel.

Daar word je stil van
Maar het meest indrukwekkend van allemaal was wel het burlen. Als dat hert zijn kop in zijn nek gooit en zijn keel wagenwijd openzet. Wat een oerkreten die dat beest uitstoot. Kippenvel krijg je ervan. Brrrr! Het lijkt wel een soort hees geloei van een koe, maar dan veel harder, zwaarder en galmender. Het heeft ook wel iets van een misthoorn. Telkens als het hert zijn keel open gooide, hield de gids zijn mond. Dan waren we allemaal muisstil. Dat burlen doen ze trouwens om de vrouwtjes te imponeren en andere mannetjes te intimideren.

Fightclub
Een paar keer dachten we dat er nog een andere kaper op de kust was. Dan gaat het erom wie het sterkste is en vechten ze tot ze er letterlijk bij neervallen. Dat schijnt helemaal een spektakel te zijn: die enorme geweien die om elkaar heen draaien en tegen elkaar aan kletsen.

Volgend jaar wil ik weer, en dan met een beter fototoestel!

Kolkende wolken

Rolling skye, Chiron Pieterson, 1977

Rolling skye, Chiron Pieterson, 1977

Prachtig deze kolkende wolken. Je blijft maar ronddraaien in dit beeld zonder begin- of eindpunt. Draaien totdat het je duizelt. Dit schilderij heet Rolling skye, rollende lucht dus. Ik heb een zwak voor luchten. Vooral voor wolkenluchten. Ademloos kan ik naar de lucht staren. Figuren zien in de wolken die van vorm veranderen, wegdromen in de wolken die voorbij drijven. In de trein, op een terras, tijdens een wandeling…. 

Saaie luchten
Maarten van Rossum vertelde laatst bij Kunstuur in het Mauritshuis in Den Haag ook dat hij dol is op de Nederlandse wolkenluchten. De strakblauwe luchten in Zuid-Europa vond hij maar saai. Ik ben het volmondig met hem eens. Hoewel ik misschien nog wel verliefder ben op de dramatische wolkenluchten in Schotland. De prachtige dreigende regenwolken boven de bergen of een loch waar een straaltje zon doorheen probeert te dringen. Magisch!

Lekkere luchten
Bij de expositie LUCHT! in De Hallen in Haarlem kan ik mijn hart ophalen. Onverzadigbaar loop ik van de ene naar de andere lucht. De kleurrijke herfstluchten van Leo Gestel en Jan Sluijters omarmen me als ik ervoor sta. De warme oktoberzon straalt in stippen en strepen over het landschap en geeft alles een warme gloed. De onheilspellende luchten op het schilderij Gezicht op een stad van Carel Willink intrigeren me. Dit schilderij heet niet voor niets ook wel Naderend onheil. In de catalogus van de tentoonstelling LUCHT! lees ik dat de term ‘Willinkluchten’ zelfs een begrip is geworden. Ik raak maar niet uitgekeken op de ´oude´ Hollandse polderlandschappen met koeien en op de woeste zeegezichten uit de 19e eeuw. Een schilderij van Jacob Maris uit 1877 heeft de veelzeggende titel Wolk effekt.  Natuurlijk mag ook Hendrik W. Mesdag hier niet ontbreken die je waarschijnlijk wel kent van Panorama Mesdag.

Uitvinder van de lucht als thema
Wel ben ik teleurgesteld dat Gezicht op Haarlem met bleekvelden (1665) van Jacob van Ruisdael niet bij deze tentoonstelling hangt. Dat is echt een topper met een enorm wit wolkendek en daaronder de zon die de witte lakens op de grond streelt – de skyline van Haarlem op de achtergrond. Van Ruisdael wordt ook wel de ´uitvinder´ van de lucht als thema in de kunst gezien. Jammer dat ik die nu niet hier zie, maar dan heb ik wel weer een goede reden om binnenkort naar het Mauritshuis in Den Haag te gaan…

Bron: Catalogus LUCHT! in de Nederlandse kunst sinds 1850, Frans Hals Museum en De Hallen Haarlem

Allesbehalve saai

Stilleven met vergulde bokaal, 1635

Stilleven met vergulde bokaal, Willem Claesz. Heda, 1635

Stillevens vond ik altijd zo saai. Zo stil… Totdat ik bij een rondleiding in het Rijksmuseum meegevoerd werd naar dit stilleven van Willem Claesz. Heda. De rondleidster liet me met andere ogen naar dit schilderij kijken.

Ze voerde onze blik over het gesteven tafellinnen langs de zilveren schaal die speelt met de zwaartekracht door net niet te vallen. Onze blik gleed verder langs de glibberig glanzende oesters die eruit zien of ze pas uit de zee komen. Verder naar het groene glas waarin een raam weerspiegelt. Ze vertelde dat het glas met de bolletjes aan de voet een roemer heet. Die bolletjes zijn trouwens geen misbaksels van de glasblazer. Deze zijn bewust aangebracht zodat het glas niet uit de vette vingers zou glijden. Zou nu ook nog best handig zijn bij fingerfood of spareribs.

Pronken met je waren
Hans den Hartog Jager schrijft in zijn boek Dit is Nederland in tachtig meesterwerken dat stillevens aan het begin van de 17e eeuw niet erg in trek waren. Historiestukken met woeste gevechten, portretten en landschappen waren veel populairder. Maar toen de welvaart toenam veranderde dat. Hoe kan je nu beter je rijkdom showen dan met een rijkelijk gedekte tafel met zilverwerk en luxe etenswaren? Met een rijk banket én een eeuwig houdbare reproductie daarvan aan de wand.

Verstilde schoonheid
Zoals op veel stillevens ontbreekt ook hier de gekrulde citroenschil niet. In glas-en zilverwerk, schillen of overrijpe vruchten kon de kunstenaar naast de schoonheid en vergankelijkheid van het leven ook zijn eigen vakmanschap laten zien. Het is inderdaad knap werk om de illusie van een gedekte tafel te wekken met louter verf op een plat vlak. Ik doe het hem in elk geval niet na. De luttele pogingen die ik heb gedaan zijn faliekant mislukt…

Bronnen: Rijksmuseum.nl, Dit is Nederland in tachtig meesterwerken, Hans den Hartog Jager