Dertien minuten

Ik sta op de klokkentoren ‘Torre dell’Orologio’ in Lucca en heb alle tijd van de wereld. Vandaag kan ik zoveel kerken bezoeken als ik wil. Alleen zijn er hier niet zoveel spraakmakende.

Hoe anders is dat in Rome of Florence. ‘Vandaag mag je één kerk bekijken. Je mag er zolang blijven als je wilt. Als het maar bij één blijft.’ Dat was wat Jasper zei tijdens ons laatste bezoek aan Florence. Dat moest dan wel de ultieme, meest bijzondere kerk allerkerken worden. Een unieke beleving die ik nooit zou vergeten. Keer op keer las ik de beschrijvingen in de Lonely planet door. Keuzestress kroop in mijn lijf. Eén kerk Barbara, kies één kerk. Diezelfde vakantie waren we ook op bedevaart naar de ultramarijn-blauwe Scrovegni-kapel van Giotto in Padova geweest. Toen ik las dat in de Santa Maria Novelle een werk van Giotto hing, gaf dat de doorslag. Santa Maria Novelle zou het worden.

Daar aangekomen nam ik gretig de audiotoer in ontvangst. Meter voor meter tastte ik met mijn ogen de wanden, vloeren en het plafond af. Giotto, Masaccio, Filippino Lippi en nog veel meer kunstenaars die ik herkende uit de lessen kunstgeschiedenis. Zo doolde ik gelukzalig door de immense kerk. Jasper was allang afgehaakt en had zich, nadat hij foto’s had gemaakt, geïnstalleerd in de binnentuin. Ik mocht hier zo lang blijven als ik wilde, dus dat deed ik dan ook.

Na ongeveer anderhalf uur was mijn geest verzadigd en verlangde mijn buik naar iets anders dan geestelijke verrijking. Dus zocht ik Jasper die glimlachend zei: ‘Je wordt nog eens een non.’ Samen slenterden we verder door de stad, op zoek naar een schaduwrijk terras. Deze keer hadden we gelukkig nog energie om de rest van de stad te ontdekken. Hoe anders was dat toen we de eerste keer in Florence per se het hele Uffici wilden zien. Totaal uitgeput vielen we toen op het eerste het beste grasveld neer om geen stap meer te verzetten. Zoveel indrukken, zoveel schoonheid. Er schiet me te binnen dat er zoiets bestaat als een ´Florence-waan´. Mensen die totaal doorslaan na het zien van alle schoonheid om hen heen. Het wordt het ´Florence Syndroom´ of ´Stendahl Syndroom´ genoemd. Dat gebeurt natuurlijk niet alleen in Florence. Ook in Rome weet je van gekkigheid niet meer waar je moet kijken. Welke kerk je toch maar voorbij moet lopen zonder naar binnen te gaan. Ook in de St. Pieter en de Sixtijnse kapel in Rome waren mijn benen al moe en mijn hoofd vol voordat ik alles goed had kunnen bekijken. Het bekende gevoel bekroop me; dit is mijn enige kans. Ik moet alles hebben gezien, anders telt het niet.

Hoe anders is dat vandaag in Lucca. Ik sta hier op de toren, kijk naar de typisch Toscaanse rode daken en vierkante torens om mij heen. Ik geniet van het uitzicht op de glooiende Apennijnen erachter. Verder hoef ik even helemaal niets. Een klein overzichtelijk stadje omringd door stadsmuren zonder echte hoogtepunten. Dus ik kan ook even echt niet zoveel. Ik ben blij dat ik de lat eens een keer laag heb gelegd, rekening houdend met mijn nog niet helemaal fitte lijf en de Toscaanse hitte. Ik loop na ruim een half uur mijmeren, schrijven en foto´s maken naar beneden en bedenk me dan ineens. Het zou natuurlijk wel gaaf zijn de vier enorme bronzen klokken boven mijn hoofd te horen luiden en het radarwerk te zien bewegen. Dus draai ik me resoluut om en loop de paar trappen weer terug naar boven. Dertien minuten wachten nog. Even voel ik onrust opkomen. Dertien hele minuten wachten? Dan bedenk ik me dat ik dit als een meditatiemoment kan zien. Oh ja, het is goed zo. Rustig kijk ik weer om mij heen. Naar een toeriste met een fiks toestel, die met veel aandacht foto’s maakt. Telkens schuilt ze achter een stukje muur om het resultaat te bekijken, draait aan wat knoppen voor ze de volgende foto maakt. Ik probeer te ontdekken welk merk camera ze heeft. Jasper heeft een Canon. Dan bedenk ik me ineens dat het eigenlijk onzin is om te weten of ze dezelfde camera heeft als mijn vriend en laat ik het los. Weer kijk ik op mijn telefoon: nog vijf minuten. Ondertussen zijn al heel wat mensen voorbij gekomen. Een oudere Engelse praatgrage dame die net op de trap een Engelse heer heeft ontmoet, waarvan ik dacht dat het haar man was. Een jong Italiaans stel dat in het kwartiertje hier boven een hele fruittas verorbert. Een Duits gezin waarvan de man wil dat zijn vrouw tegen haar zin pal onder een van de vier klokken gaat staan. Een Amerikaanse moeder die haar jonge zoon met geduld uitlegt hoe hij het plein van het oude Romaanse Amfitheater kan zien door hem met zijn ogen het labyrint van daken vanaf de toren te laten volgen. Zijn opgetogen reactie als hij het plein ziet.

Als ik opnieuw kijk, is het 13:02 uur. De klokken luiden dus niet. Een licht gevoel van teleurstelling bekruipt me. En dan corrigeer ik mezelf: ach, hoe erg is het? Je hebt toch mooie foto’s van het stilstaande radarwerk? Mijn maag en zwalkende benen laten me ondertussen weten niet meer tevreden te zijn met die ene sloffe Lu-cracker dus vis ik beneden aan de toren nog een tweede uit mijn rugzak. Een Amerikaanse toeriste naast me vraagt of ik Engels spreek. In lange uithalen en met weidse gebaren vertelt ze dat ze in een kledingwinkel aan het rondkijken was toen ze ineens een jonge Aziatische zwangere vrouw met haar portemonnee in haar hand zag. Met hoge luide stem vervolgt ze: ‘I just gripped it from her hand. So you know. Be careful!’ Dan wensen we elkaar nog een fijne dag en loopt ze weg. Ze draait zich nog een keer om en roept: ‘Be careful!’

Met een beetje hernieuwde energie zoek ik een lunchplekje. Ook daarin zijn mijn ambities vandaag lager. Het hoeft nu niet dat ene bijzondere plekje te zijn waar geen toerist komt en dat alleen ik heb kunnen vinden. Dat is in het Brugge van Italië sowieso kansloos. Mijn enige eisen: licht verteerbaar en schaduwrijk. Ik loop het Amfitheater-plein op, scan het eerste menu op salade, loop één terrasje verder, voel een warme wind en loop terug naar de eerste. Als ik de menukaart in handen krijg, weet ik al wat ik wil en gelukkig staat het op de kaart: een salade met tonijn en ei. Mijn nog licht onrustige maag ontvangt de lichte salade zonder gemor. Hèhè, we zijn op de goede weg terug.

Ik kijk om me heen en denk onwillekeurig terug aan het Toscaanse stadje Sienna. Dat heeft ook een ovaal plein met hoge huizen eromheen. Of was het rond? Dat plein loopt een beetje schuin af. Elk jaar zijn er wedstrijden met paarden waar het hele stadje vanuit de wijde omgeving voor volloopt. Ook toeristen komen erop af. Wij waren er gelukkig op een normale dag. Die spektakels hoeven niet van mij. En zeker niet met paarden. Net als stierenvechten vind ik het pure dierenmishandeling, alleen maar voor plat vermaak. Waar ik ook een hekel aan heb, is de straatmuzikant die net op het plein neerstrijkt. Als vervelende zoemende muggen verstoren de meeste straatmuzikanten je eetlust. Daarna komen ze als honden met de pet bij je tafeltje schooien. Gelukkig zit ik deze keer op de achterste rij en blijft hij bijna midden op het plein. De eigenaar van een café aan de overkant maakt hem ook snel duidelijk dat zijn muziek niet sfeerverhogend werkt. Dus blaast hij snel de aftocht.

Ook ik pak daarna mijn boeltje en kijk op mijn telefoon. Helemaal tijdloos leven kan ik vandaag niet. Ik reken uit hoe laat ik de trein terug naar Pietrasanta moet hebben voor de laatste bus naar onze villa boven op de berg. Genoeg tijd nog voor de grote witte kathedraal, want een stad bezoeken zonder één kerk binnen te gaan is toch zoiets als zonder onderbroek de deur uitgaan. Rustig loop ik die kant op…

De twee gezusters

Pavane pour un marquis défunt

Pavane pour un marquis défunt, J.H. Moesman, 1963, Centraal Museum

Toen ik van de week voor dit schilderij stond, moest ik denken aan een borstbeeld dat ik een paar keer heb gezien in het Rijksmuseum. 

De dame op het schilderij Pavane pour un marquis défunt kijkt verdrietig naar beneden. Bijna net als haar gebeeldhouwde zuster Maria die rouwt om haar gestorven zoon. Hun beider hoofden zijn keurig bedekt en ook hun hals is volledig verborgen onder de gedrapeerde stof.

Daar houdt de gelijkenis dan ook meteen op. Als je je blik iets laat zakken, stuit je op twee borsten die sneu en slapjes over de sokkel hangen waarop haar bovenlijf rust. Daardoor krijgt het tafereel iets pornografisch. Maar door haar serieuze naar beneden gerichte blik is de associatie met een Playboy-pakje ver te zoeken. De naargeestige ruïne op de achtergrond met slechts twee verlichte ramen en de kale bomen in de duistere nacht zijn nou ook niet bepaald sfeerverhogend.

Maria als Mater Dolorosa (Moeder van Smarten)

Maria als Mater Dolorosa (Moeder van Smarten), Pietro Torrigiani, ca. 1507 – ca. 1510, Rijksmuseum

Zou Moesman het beeld van de kunstenaar Pietro Torrigiani ook in het Rijksmuseum hebben gezien en erdoor zijn geïnspireerd? Hij gebruikte wel vaker voorbeelden, zoals krantenknipsels. Net als Marlene Dumas.

Ik denk dat Torrigiani zich in zijn graf zou omdraaien bij het zien van dit schilderij.

Of zijn beeld daadwerkelijk als voorbeeld heeft gediend? We zullen het nooit weten. Maar voor mij staat de gelijkenis als een paal boven water.

________________________________________________________________________

Sinds de heropening van het Centraal Museum is het schilderij Pavane pour un marquis défunt van de Utrechtse schilder J.H. Moesman permanent te zien bij de Wereld van Utrecht.

Maria als Mater Dolorosa van de Italiaanse kunstenaar Pietro Torrigilani is permanent te zien in de middeleeuwse vleugel van het Rijksmuseum.

 

Niets is zwart-wit

Voor ze in de donkerte van het depot verdwenen, liep ik altijd even bij ze langs. En altijd kreeg ik dan een glimlach op mijn lippen van de man met de baret op die je meesmuilend aankijkt. Een mooi contrast met de andere man die juist diep in gebed verzonken lijkt te zijn. Verder dan er even langslopen en een blik op werpen, deed ik niet. Gelukkig zijn ze nu weer terug en kan ik wat langer bij ze stilstaan.

Democritus en Heraclitus

Democritus en Heraclitus, Johannes Moreelse, ca. 1630, Centraal Museum

Jantje lacht, Jantje huilt
Ik ben gefascineerd door de tegenstelling tussen hun beiden. Het lijkt wel of Democritus (ca. 470 – ca. 360 v.Chr.) iemand uitlacht, maar hij wijst naar de wereldbol naast hem. En Heraclitus (ca. 535 – ca. 475 v.Chr.) ernaast, zou hij zo fanatiek bidden voor God of de mensheid? Democritus kijkt je direct aan, lijkt meer extravert. Heraclitus maakt juist totaal geen contact, is in zichzelf gekeerd.

De twee tegenpolen trekken mij aan. Misschien wel omdat er lichtvoetige mensen zijn die overal de lol van inzien. En mensen die juist zwaarder op de hand zijn. Die soms doorslaan naar somberheid, scepsis. Ik zie deze schilderijen ook als een soort Yin-Yang, zwart-wit, licht-donker. Of als Jantje lacht en Jantje huilt, maar dan niet dezelfde Jantje.

Mensen van de straat
Het bruinige gezicht van beide heren en de ontblote witte schouder van Democritus vind ik erg veel lijken op de stijl van Caravaggio. Dat is niet verrassend. De schilder Johannes Moreelse (ca. 1602 – 1634) was namelijk een van de Utrechtse caravaggisten die naar voorbeeld van Caravaggio echte mensen van de straat schilderde. Zonder hen de zogenaamde ‘Photoshop-bewerking’ te geven.

De witte blouse en licht glanzende stof (velours?) van de mantel van Democritus doet chiquer aan dan de doffe roestbruine stof van Heraclitus zijn gewaad. Dat gewaad doet me denken aan de bruine pij van de ascetische monnik Franciscus van Assisi. Franciscus ontzegde zich alle luxe om te leven in armoede. Zou een mens daar nu echt beter van worden? Eerlijk gezegd betwijfel ik dat. Achter Democritus liggen boeken op een plankje. Dat geeft de indruk dat hij wel een geleerde zal zijn, of in elk geval kan lezen. Nu weten we dat beide heren Griekse filosofen waren. Dus dat klopt wel met het beeld.

Wat kunnen we leren van de heren?
Volgens de informatie van het Centraal Museum ´worden de Griekse filosofen Heraclitus en Democritus vaak samen afgebeeld vanwege hun tegengestelde visie op de mensheid. Al in de oudheid stond Heraclitus bekend als de ‘huilende filosoof’, die treurt om het lot van de mensheid. Democritus moest lachen om de absurditeit van de mensheid. De vergankelijkheid van de mens, Vanitas Mundi, was een populair thema in de 17de eeuw. De twee filosofen met de globe, symbool voor de mensheid, dragen deze boodschap uit: wenen of lachen, het verandert niets aan ons bestaan.´

Ik kan me wel in deze boodschap vinden. De wereld en onze kijk op de wereld zijn niet zwart-wit. Om met de woorden van Joost Zwagerman te spreken: ‘Alles is gekleurd.’

_________________________________________________________________________

Heraclitus en Democritus zijn nu weer te zien als onderdeel van ‘De wereld van Utrecht’ in het Centraal Museum

De wortels van Jan Toorop

Ik krijg een unheimisch gevoel bij dit schilderij. Een klein meisje met een blanke huid in een vrolijk jurkje wordt omkranst door een baan van licht op een open plek in een dicht bos. 

Ze is omgeven door kronkelende boomwortels en duivelse bomen met takken als tentakels die een danse macabre lijken uit te voeren. Je laat zo’n klein kindje toch niet alleen in zo’n creepy bos? Zelfs als volwassene zou ik daar niet in mijn eentje willen zitten, ook niet met zijn tweeën. Toch lijkt het alsof het peutertje zich prima op haar gemak voelt. Nietsvermoedend zit ze in haar eentje zit te spelen, terwijl ze wordt ingesloten door het onheilspellende donker.

De nieuwe generatie, Jan Toorop, 1892

De nieuwe generatie, Jan Toorop, 1892

Als je wat langer naar het schilderij kijkt, blijkt dat ze toch niet helemaal alleen is. Achter de rug van het kleine meisje, half verscholen achter een openstaande deur, staat een wat spookachtige verschijning. Zou dat haar liefhebbende moeder zijn? Hoewel liefhebbend? De dame kijkt in ieder geval niet erg blij en de plantjes in het potje dat ze vasthoudt zijn al verwelkt. Tegelijk verrijst uit de witte kinderstoel van het kleine meisje juist een jong boompje met frisse groene blaadjes. Zou Jan Toorop hiermee juist het nieuwe leven extra kracht willen geven? Waarschijnlijk is het meisje zijn dochter Charley Toorop die het jaar ervoor is geboren. Het schilderij heet natuurlijk niet voor niets De nieuwe generatie.

Ook de telegraafpaal en het stuk rails helemaal vooraan waren eind 19e eeuw tekenen van de nieuwe tijd. Maar hier midden in het bos tussen en over de boomwortels ogen die stadse dingen vreemd misplaatst. Met de struikachtige boompjes op de voorgrond lijkt Toorop juist te verwijzen naar zijn eigen wortels.Deze boompjes groeien op Java waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht.

Het geheel komt op mij onwerkelijk en tegelijk ongemakkelijk realistisch over. Ook al voelt het ongemakkelijk, toch blijf ik er naar kijken.

_________________________________________________________________________

Het schilderij De nieuwe generatie behoort tot de collectie van Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Tot en met 29 mei 2016 te zien als onderdeel van de tentoonstelling Jan Toorop in Gemeentemuseum Den Haag.

Smelten als sneeuw voor de zon

Als we op onze laatste vakantiedag nietsvermoedend in museum KODE in Bergen (Noorwegen) langs de schilderijen lopen, stuiten we op dit schilderij van een gletsjer. ‘Hé!’, roepen we allebei spontaan. Die gletsjer hebben we in het echt gezien.’ Het bijschrift bevestigt onze vermoedens dat dit de Nigardsbreen voorstelt.

Déja vu
Een paar dagen ervoor hebben we zelf bij de Nigardsbreen gestaan. Wel een gek idee dat de Noorse schilder Johan Christian Dahl meer dan anderhalve eeuw voor ons naar dezelfde gigantische brok ijs had staan staren. Het exacte punt waar hij moet hebben gestaan, kunnen wij ons niet voor de geest halen. De houten huisjes die we op het schilderij zien, staan er niet meer. Wel ligt voor de gletsjertong nu een meertje dat we op het schilderij niet terugzien. Aan de luchtige kleding van de herder te zien, heeft Dahl dit tafereel in warmere tijden geschilderd. Op het schilderij is het landschap groen terwijl wij nog door de sneeuw hebben geploeterd om dichter bij de gletsjer te komen.

Nigardsbreen, Johan Christian Dahl, 1844

Nigardsbreen, Johan Christian Dahl, 1844

Blauwer dan blauw
Het blauw op het schilderij lijkt net zo onwerkelijk als in de werkelijkheid. Toen we de gletsjer naderden had ik steeds het gevoel alsof ik op een grote blauw geverfde schuimtaart af liep. Pas toen ik er met mijn neus bovenop stond en het ijs kleine knappende geluidjes hoorde maken, kon ik geloven dat het toch echt ijs was. Eeuwig bevroren water. Hoewel eeuwig?

Nigardsbreen_foto

Terugtrekkende beweging
De Nigardsbreen is nu ongeveer 48 km². In Dahls tijd was deze zij-arm van de Jostedalsbreen – de grootste gletsjer van Europa – groter dan nu. In 1748 was de gletsjer op zijn grootst. Tussen 1870 en 2007 is de Nigardsbreen wel 2,4 km geslonken. Ik ben benieuwd hoe de gletsjer er dan over weer anderhalve eeuw bij ligt. Weer een paar kilometer korter of helemaal verdwenen als sneeuw voor de zon?

_____________________________________________________

Bronnen: KODENVE,  Wikipedia

Vol toewijding geknipt

Op een rustige donderdagavond loop ik via de grote trap in het Stedelijk Museum naar boven en doemt de De parkiet en de zeemeermin tree voor tree voor mij op. Zo treed ik als het ware De oase van Matisse binnen. Nog een paar stappen naar voren en ik sta oog in oog met het wereldberoemde werk. Hoewel oog in oog staan? Mijn blik dwaalt over het doek terwijl ik heen en weer loop – van voor naar achter en van rechts naar links. Zo probeer ik de kleurige vormen in me op te nemen.

Oase-van-Matisse-Jasper-bezoek-Stedelijk

Naast de duidelijk herkenbare blauwe parkiet en zeemeermin, zie ik veel blauwe granaatappels. De bolle vormen met uitsteeksels als kroontjes doen me daar me tenminste aan denken. Dotjes zwierig zeewier zweven in allerlei kleuren voor mijn ogen: blauw, geel, oranje, rozerood en flessengroen. Frisgroen heeft Matisse voor een soort koraalvormen bewaard. Oh wacht even, nu zie ik ook koraal in meerdere kleuren.

Knipsels om in rond te dobberen en te dwalen
Er hangen meer grote knipselwerken die je het gevoel geven een soort surreële wereld binnen te stappen. Ook Oceanië, de lucht en Oceanië, de zee uit 1946 geven me dat gevoel. Deze twee werken zijn luchtig, gronderig en verwarrend tegelijk. Een zandkleur vormt de de ondergrond voor de witte uitgeknipte vormen. Ik associeer die kleur eerder met een droge dorre woestijn dan met lucht en zee. Bij lucht denk ik ook niet aan het koraal dat ik voor me zie. En volgens mij zie ik ook nog kleine haaien en walvissen.

De blauwe ondergrond bij Polynesië, de zee en Polynesië, de lucht uit datzelfde jaar kan ik me meer onderdompelen in het gevoel van zee en lucht. In Polynesië, de zee dobber ik rond in een onderwaterwereld met koraal, wier, vissen en zeesterren. Met Polynesië, de lucht tart Matisse toch weer mijn fantasie of juist het gebrek daaraan. Daar zie ik naast vliegende vogels ook koraal, zeesterren en grote garnalen. Onder is boven en boven is onder?

Dwalen naar een ver verleden

Barbara_knippend_wcMijn gedachten dwalen en dralen niet alleen in fantasiewereld van Matisse, maar gaan ook terug naar mijn eigen kindertijd. Ik zal een jaar of drie geweest zijn toen ik de kracht van de schaar ontdekte. Geen stuk papier was meer veilig voor mijn grijpgrage vingers én de schaar. Ik was zo verknocht aan het knippen dat ik zelfs doorging op de w.c. Ik moest het wel doen met minder mooi papier dan Matisse. Hij werkte met papier dat zijn assistenten van tevoren in zorgvuldig gekozen kleuren beschilderden. Ik moest het doen met een oude Margriet of Libelle.

Vol toewijding knipte ik er in mijn jonge jaren lustig op los. Alleen waar ik niet verder kwam dan bemoedigende woorden van trotse ouders, oogstte Matisse zijn toegewijde knippen al tijdens zijn leven lovende kritieken. En nu eert het Stedelijk Museum hem met de grootste tentoonstelling van zijn werk ooit in Nederland.

_________________________________________________________________________

De oase van Matisse is van 27 maart tot 16 augustus 2015 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Bron: Stedelijk.nl 

Langs ellenlange rijen

Op mijn eerste vrije woensdag na de opening wil ik meteen naar Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Om 11 uur kom ik rustig aanlopen en stuit meteen al op de eerste rij. Glimlachend loop ik linea recta naar de beveiliger die me meteen doorlaat. Na rij nummer één volgt rij twee. Eindelijk binnen, denk je dan als bezoeker met je reservering voor Late Rembrandt in de hand. Maar dan moet de langste rij nog komen. Direct na de poortjes slingert rij drie de nieuwe Philips-vleugel in. Ook deze rij kan ik fluitend voorbij…

Late Rembrandt Barbara Tieks

Met mijn Museumkaart vind ik het nooit nodig om een van de vijf vriendenpassen bij ThiemeMeulenhoff te reserveren. Maar nu ben ik er maar wat blij mee: zonder reservering met toeslag van € 7,50 alle ellenlange rijen voorbij! Dat is een van de leuke bijkomstigheden van de samenwerking tussen het Rijksmuseum en ThiemeMeulenhoff.

Eenmaal bij de tentoonstelling ben ik alsnog overweldigd door de enorme drukte. Overal om me heen geroezemoes en geschuifel van mensen. De late Rembrandt heb je duidelijk niet voor je alleen. Zoveel bijzondere werken van over de hele wereld nu allemaal onder één dak. Dat maken we volgens het Rijksmuseum maar één keer in ons leven mee. En dan wil je er natuurlijk bij zijn.

Mijn favoriete werken
Het mooiste vind ik de intiemere portretten. Vooral die waarop vrouwen zijn afgebeeld. De emotie die op hun gezicht te zien is. Prachtig hoe nota bene een man zo waarachtig hun emoties heeft kunnen schilderen! De gepijnigde blik van Lucretia die zelfmoord pleegt uit schaamte, omdat ze verkracht is.

De vertwijfelde blik van de badende Batseba die een brief met een oneerbaar voorstel krijgt van koning David. De onschuldige blik van de badende vrouw die haar witte jurk net iets te hoog optilt. Dat zou zijn vrouw Hendrickje Stoffels kunnen zijn.

Lucretia, Rembrandt van Rijn, 1666 - Minneapolis Institute of Arts

Lucretia

Bathsheba met David’s brief, Rembrandt, ca. 1654

Batseba met David’s brief

Het portret van zijn zoontje Titus aan de lezenaar is ook heel vertederend: het peinzende gezichtje, duim onder zijn kin, de schrijfspullen die vlak voor onze neus over de rand bungelen. En ik blijf ook maar naar de licht melancholische blik van Het Joodse bruidje kijken. Ik ben niet de enige: Vincent van Gogh had zelfs tien jaar van zijn leven over om veertien dagen naar dit schilderij te mogen kijken.

Badende vrouw Rembrandt

Badende vrouw

Titus aan de lezenaar , Rembrandt Harmensz van Rijn, 1655 - Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam

Titus aan de lezenaar

Trots op de samenwerking
Kunst is niet alleen maar mooi om te kijken. Van kunst kijken kan je ook heel veel leren. Over geschiedenis, religie en hoe we als mens naar de wereld om ons heen kijken. Altijd als ik me verder in een kunstwerk of kunstenaar verdiep, leer ik weer nieuwe dingen. Daarom vind ik het ook heel mooi dat ThiemeMeulenhoff en het Rijksmuseum samen de verbinding tussen kunst en leren leggen.

Bronnen beelden: Rijksmuseum, Minneapolis Institute of Art, Boijmans Van Beuningen, Musée du Louvre

Tien jaar van mijn leven geven

Toen ik de schilderijen van Rembrandt voor het eerst zag, vond ik die maar donker en saai. Op de middelbare school begreep ik dan ook niet zo goed waarom al die hordes toeristen op de Nachtwacht afkwamen. Hoe anders is dat vele jaren later.

Het Joodse bruidje
Nog steeds vind ik niet alle schilderijen van Rembrandt even mooi. Maar Het Joodse bruidje is een van mijn lievelingen. Het tedere gebaar van de man die één hand beschermend op haar borst legt en de andere over haar schouder. Haar linkerhand die heel licht zijn rechterhand aanraakt. De in zichzelf gekeerde iets dromerige melancholische blikken. Waar zouden ze allebei aan denken?

Het Joodse bruidje, Rembrandt Harmensz van Rijn, ca_1665-1669,Rijksmuseum

Het Joodse bruidje, Rembrandt Harmensz van Rijn, ca_1665-1669,Rijksmuseum

Pracht en praal met mes en kwast
Het lijkt wel of de dame zich met de inhoud van heel haar juwelenkist heeft behangen. Prachtig hoe Rembrandt de zachte gloed op de parels om haar hals heeft geschilderd en de glinstering van de rode robijnen om haar pols.

De rok van haar weelderige jurk vlamt oranjerood op en contrasteert mooi met het zachtgeel van zijn gepofte mouwen. Als je het schilderij van dichtbij bekijkt, zie je hoe Rembrandt de stoffen met heel grove streken en een paletmes heeft aangebracht. Bijna of hij de kleding om het koppel heen heeft geboetseerd.

Het_Joodse bruidje,Rembrandt Harmensz van Rijn, Rijksmuseum_detail_jurk

Waar komt die naam vandaan?
Nieuwsgierig naar de naam van het schilderij duik ik eerst in een van mijn favoriete kunstboeken: Dit is Nederland – In tachtig meesterwerken van Hans den Hartog Jager. In zijn boek lees ik dat er meerdere interpretaties van dit schilderij zijn geweest. Zo beschreef de Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop het schilderij als ‘eene voorstelling van de Joodsche bruid, die door den Vader versierd wordt met eene halsketting’. Later is die uitleg weer van tafel geschoven. Maar de naam Het Joodse bruidje is wel gebleven.

Op Rijksmuseum.nl staat dat het echtpaar op dit schilderij zich als het Bijbelse liefdespaar Isaak en Rebekka heeft laten afbeelden. Ook volgens Den Hartog Jager lieten mensen zich in die tijd wel vaker afbeelden als personages uit een Bijbels verhaal of theaterstuk. Wat het ook moet voorstellen, het is gewoon een heel mooi intiem portret.

Het_Joodse bruidje, Rembrandt Harmensz van Rijn, c_1665-1669, Rijksmuseum, detail

Tien jaar van mijn leven geven
Ik ben dan ook niet de enige bewonderaar van dit pareltje. Zelfs Vincent van Gogh was een fan! Toen hij Het Joodse bruidje in het Rijksmuseum zag, zou hij tegen zijn vriend Antoon Kerssemakers hebben gezegd: ‘Wil je wel geloven dat ik tien jaar van mijn leven wilde geven als ik hier voor dit schilderij veertien dagen kon blijven zitten met een korst droog brood als voedsel.’

Zo’n opoffering gaat mij wat ver. Maar ik ben wel blij dat ik regelmatig even bij Het Joodse bruidje op bezoek kan. Gelukkig is deze ook na afloop van de Late Rembrandt weer te zien.

____________________________________________________________________

Te zien tot en met 17 mei 2015 bij de tentoonstelling Late Rembrandt en daarna in de eregallerij in het Rijksmuseum.

Bronnen: Rijksmuseum.nl, Dit is Nederland – In tachtig meesterwerken van Hans den Hartog Jager