Verloren flessenpost

flessenpost

Zweven door de lucht
Een duik in vogelvlucht

Deinen met de getijden mee
Op de golven van de zee

Aanspoelen op het strand
Half weggedoken onder het zand

Tot ik word gejut
Woorden uit mij geput

Mijn ware bestaan
Zoals het altijd is gegaan

Aanspoelen op het strand
Half weggedoken onder het zand

Inwendig ben ik boos
Mij verzetten is kansloos

Ik voel me verloren
Als nooit tevoren

Nu ik rechtop ben geplant
In een houten fietsmand

_________________________________________________________________________

Foto van Christel – Woorden jutten aan zee 2014

Lente!

Magnolia

Lente! – Het licht stroomt stil over mensen
Verwarmt hun blote benen en kruinen
Fonteinen wit hun bloesems in de tuinen
Stralen lichtheid na een donker bestaan

Nu zingt het nieuwe leven in mijn hart
Een grote stilte scheidt mij van de dingen
Zonder ballast opveren en springen
Uitgelaten dansen en zingen – heel hard

Dingen die rondom vaststaan
Of zich rond me in grote kringen bewegen
Stralen lichtheid na een donker bestaan

Lente! – Het licht stroomt stil over mensen
Nu zingt het nieuwe leven in mijn hart

_________________________________________________________________

Dit gedicht heb ik geschreven vanuit de schrijfopdracht om een nieuw gedicht te schrijven met (delen van) zinnen uit het gedicht Lente van Martinus Nijhoff uit De Wandelaar (1916). 

De anti-koolhydratenfundamentalist

noten

We rijden station Utrecht nog niet uit of de slanke brunette tegenover me diept een bakje uit haar Versace-tas. Als een vogel pikt ze een voor een noten en zaden uit het bakje en werkt ze stelselmatig naar binnen. Pfff, weer zo iemand die de godganse dag eet en toch slank blijft. Geërgerd kijk ik naar buiten en in de spiegeling van het raam zie ik mezelf. Vergeleken bij haar voel ik me een dikke vette pad.

Ze is vast en zeker zo’n discipel van de nieuwe gezondheidsmessias Kris Verburgh. Geen suiker, geen zuivel, zelfs geen aardappel of rijst predikt hij! Heel de schijf van vijf schiet hij met zijn Voedselzandloper aan flarden. Niets laat hij ervan heel. Heel de voedselketen zet hij op z’n kop.

Ik begrijp niets van zijn ingewikkelde formules en plaatjes van enzymen, glucose, sucrose en de glycemische index. Als een ware fundamentalist probeert hij mijn zwakke geest te bewerken en zaait hij angst: als je zo blijft eten is er geen ontkomen aan. In het raam zie ik een lijntje in mijn oorlel die me niet eerder is opgevallen. Dat is toch niet het ‘Frank-teken’? Volgens Kris duidt dat op een verhoogde kans op een hartaanval en zijn mijn dagen al geteld. Een gerimpeld vel, hart- en vaatziekten, diabetes, dementie en complete aftakeling liggen op de loer. Het is niet de vraag of je ten onder zult gaan, maar alleen wanneer.

Ik heb honger, maar iets houdt me nu tegen mijn boterham met roomboter en kaas te pakken. Ergens in mij fluistert een stemmetje: ´ja ik wil ook als een slanke twintiger over het strand huppelen en aanbeden worden door jonge mannelijke adonissen. Ja, ik wil.´ Een mantra echoot door mijn hoofd: ´Gij zult geen koolhydraten meer eten of gij belandt in de hel met alle andere witbroodeters. Maar er is nog hoop: bekeert ge tot quinoia en chiazaad en u maakt nog kans op een plaatsje in de gezonde hemel van eeuwige jongelingen.´

Op de cadans van de trein sukkel ik in slaap. Ik droom dat een volgeling van de Voedselzandloperssekte me heeft gehypnotiseerd en ontvoerd naar Quinoa-land. Geblinddoekt en geketend krijg ik te horen dat vanaf nu mijn dagelijkse voedsel uit fruit, noten en zaden bestaat. Als een junk die cold turkey afkickt, lig ik kwijlend aan de ketting en krijg een visioen van een boterham met volvette roomboter en mierzoete jam. Als de trein vaart mindert, schrik ik wakker.

De trein rijdt station Amersfoort binnen en de slanke brunette is uitgeknaagd. Met een zwierig gebaar slingert ze haar lege voederbakje in haar Versace-tas en schrijdt als een sierlijke kraanvogel op haar stilettohakken het perron op.

Ik denk weer aan de Voedselzandloper en het irriteert me, híj irriteert me met zijn gepreek over een leven lang fit en een eeuwige jeugd. Iedereen moet toch een keer ergens aan dood gaan? Ik pak mijn boterham met kaas uit mijn tas en neem een flinke hap. Heerlijk!

Op een kort leven lang genieten!

Grensoverschrijdend

Grens, Joop Moesman, 1950

Grens, Joop Moesman, 1950,Centraal Museum Utrecht

Waarom fascineren de werken van Joop Moesman mij zo? Echt vriendelijk kun je zijn schilderijen niet noemen. Eerder bevreemdend, een beetje wreed en seksueel geladen. ´Sex sells´ – dus misschien is dat het wel…

In veel van zijn werken komen (delen van) naakte mannen of vrouwen voor, meestal vervormd. Van de rondborstige vrouwen gaat door hun vleesmassa en houding vaak iets dreigends uit. Zijn schilderstijl is realistisch en tegelijk heel onwerkelijk – typisch surrealistisch. Hij wordt niet voor niets ook wel de Nederlandse Dalí genoemd.

Grens
Neem nu het schilderij Grens uit 1950. Het doek wordt doorsneden door een eindeloos lange witte muur die de grens vormt tussen land en zee. Misschien ook de grens tussen lichaam en geest? Tussen materie en lucht?

Ontblote vrouw
Wie is die voluptueuze vrouw zonder onderbenen en gezicht? Ogenschijnlijk zonder gêne toont ze haar waren. Voor de vorm heeft ze een rafelige sjaal losjes over haar schouders gedrapeerd. De uitsparing van haar sjaal doet me denken aan dat van een non in habijt. Door het silhouet van haar gezicht zie je de zee en de horizon – de grens tussen water en lucht.

Onthoofde vrouwen
Waarom liggen die witte koppen daar zo kris kras door elkaar? Alsof ze achteloos tegen de muur zijn neergekwakt door Griekse bouwvakkers die op de restanten van een Griekse tempel zijn gestuit en balen dat de bouw wordt stilgelegd. En ze weer naar hun centen kunnen fluiten.

De koppen lijken op afgietsels van het borstbeeld van de blauw gesluierde non rechts op het schilderij. Dergelijke bustes zie je in meerdere van zijn werken terug. De heilige Maria die hij niet uit kan staan?

Het lijkt wel alsof een kop zich door het muurtje heen heeft gewurmd en zich wanhopig in zee heeft gestort. Er vlak naast piepen twee dunne sprieterige onderbenen onder een rode gedrapeerde sjaal uit. Op de grens van dood en levend.

Ingemetselde gevallen vrouw
En wie is die gracieuze vrouw in een sierlijke pose half in de muur gemetseld? Het doet me denken aan een prostituee die in het raam op een klant wacht. Ondanks haar witte huid oogt ze als een mens van vlees en bloed, niet als een standbeeld. Haar hoofd, borsten, linker arm en knieën zijn al in de muur verdwenen. Haar rechter hand houdt ze nog aan onze kant van de muur. Ze bevindt zich letterlijk op de grens. Maar de grens van wat?

De grenzen van het katholieke geloof heeft hij in elk geval zeker overschreden. Moesman stak dan ook niet onder stoelen of banken dat hij een hekel had aan de katholieke kerk. Maar wat wilde hij hier nu mee zeggen en met zijn andere werken? Uit het boek Magisch Utrecht van Jan Juffermans maak ik op dat hij zelf niet of nauwelijks uitleg bij zijn werk gaf. En al zeker geen diepzinnige.

Ik vrees dat ik het antwoord op mijn vragen dan ook niet zal krijgen. Ook al zou ik zelf de grens van leven naar dood oversteken voor een praatje met hem in het hiernamaals…..

________________________________________________________________________

Het schilderij Grens en vele andere werken van Moesman zijn tot en met 9 juni 2014 te bewonderen bij de tentoonstelling Surreële werelden in Centraal Museum Utrecht.

Bronnen: Magisch Utrecht van Jan Juffermans, 2010 en CentraalMuseum.nl

Gestrande liefde

Een aarzelend stroompje
streelt zacht mijn tenen

Een kabbelend beekje
kietelt aan mijn knieën

Een gezwollen rivier
zwelt om mijn middel

De sterke stroming
sleurt me aan mijn schouders mee

De golven rollen over me heen
trekken me naar open zee

Ik rol over de golven heen
trek aan de gesloten zee

De golven rollen terug
de zee trekt zich terug

Een tsunami van verdriet
rolt over het natte strand

Ik blijf alleen achter
als wrakhout op het droge zand

Hoofd in de wolken

Couple aux têtes pleines de nuages

Couple aux têtes pleines de nuages, Salvador Dalí, 1936, Museum Boijmans Van Beuningen

Zij buigt haar hoofd heel teder naar hem. Hij laat zijn schouder iets zakken, zodat ze er beter bij kan. Samen staren ze in de verte – samen zíjn ze de verte. Een mooi beeld om bij weg te dromen, om jezelf in te verliezen.

Dit schilderij van Salvador Dalí heet Couple aux têtes pleines de nuages. Hun hoofden zijn inderdaad gevuld met wolken. Niet met lieve witte schapenwolkjes, maar wit-grijze wolkenflarden aan een strakblauwe hemel.

Ik zit ook wel eens met mijn hoofd in de wolken. Of de wolken zitten in mijn hoofd. Wazig ben ik dan, niet in staat om helder te denken. Gelukkig drijven de wolken ook weer voorbij en wordt de lucht weer helder.

Dit schilderij heeft iets teders en tegelijk verontrustends. Gekreukelde witte damast op bijna lege tafels. Elk een eigen tafel lijkt me nou niet zo heel gezellig. De gedaanten in de bijna lege woestijn lijken qua vorm en positie een soort representant van het lege glas met lepeltje, zwarte doosje en trosje druiven op de verder lege tafels. Wat zou dit alles betekenen?

Een raadselachtige leegte die zich niet laat oplossen…

Couple aux têtes pleines de nuages is onderdeel van de collectie van Boijmans van Beuningen 

Spoorzoeker aan zee

Terschelling

Waarom een andere schrijversnaam? Ik heb al een hele mooie die goed bij mij past. Dat was mijn eerste reactie op de vraag een schrijversnaam te kiezen voor het schrijfweekend met Pasen.

Maar de vraag liet mij niet los en bleef de dagen erna door mijn hoofd spoken. Langzaam rijpte het idee toch een andere schrijversnaam te kiezen. Wat past bij mij en bij het schrijfweekend?

De spoorlijn van Utrecht naar Harlingen volgen, het schuimspoor die de veerboot door de Waddenzee trekt, mijn sporen van andere jaren terugzoeken en vinden op Terschelling.

Mijn neus in de lucht steken en me door de zilte zeelucht mee laten voeren naar vroeger. De zandkorrels die talloze verhalen in zich dragen tussen mijn vingers door laten glijden. De horizon afturen en me afvragen waar de schepen vandaan komen en naartoe gaan – welke verhalen de bemanning met zich meedraagt.

De sporen op het strand volgen die zomaar ineens ophouden. Het spoor bijster zijn en dan weer terugvinden. Soms het spoor van iemand anders volgen, dan weer mijn eigen spoor kiezen.

Ja, nu weet ik het heel zeker. Ik kies toch een andere naam: Spoorzoeker aan zee.

______________________________________________________________

Lees ook mijn relaas over onze wandeling naar zee die hoopvol begon…

Vriendschap plus

Dubbelportret Carl Georg Heise en Hans Mardersteig, Oskar Kokoschka, 1919

Dubbelportret Carl Georg Heise en Hans Mardersteig, Oskar Kokoschka, 1919, Museum Boijmans Van Beuningen

Wie zijn deze mannen en wat bindt hen? Beiden staren voor zich uit, ieder in hun eigen wereld. Ieder in hun eigen vakje. En toch lijkt het of iets hen verbindt. Maar wat dan?, vroeg ik me afgelopen zondag af toen ik voor dit schilderij van Oskar Kokoschka stond in Museum Boijmans Van Beuningen.

Ze hebben iets zachts en kwetsbaars over zich. Te zacht om zakenpartners te zijn, lijkt me. Broers of vrienden misschien? Gelukkig had ik de multimedia tour gedownload dus kon ik op mijn gemak naar het kleurrijke schilderij blijven kijken en tegelijk luisteren naar de uitleg.

Expressionistische kleurenexplosie
Nadat ik al heel wat donkere schilderijen van Kokoschka zijn hand had gezien, was het verfrissend om wat langer bij dit kleurrijke schilderij stil te staan. Het meest opvallend en onrealistisch was het gele gezicht van de man links. Zijn diep donkerblauwe pak contrasteert mooi met het rood en geel van zijn gezicht en de tafel.

Meer dan vriendschap alleen
Ondertussen hoorde ik het antwoord op mijn vraag. Deze twee mannen zijn de typograaf Hans Mardersteig en de kunsthistoricus Carl Georg Heise die een homoseksuele relatie met elkaar hadden. Dus dat is wat hen bindt!

Ze waren bevriend met Kokoschka die door zijn kleurgebruik hun verschillende karakters wilde uitbeelden. Mandersteig was introvert en heeft daarom een donkerblauw pak aan. Het gele gezicht illustreert het innerlijke vuur in hem. Het extravertere karakter van Heise komt tot uitdrukking in een uitbundiger kleurgebruik met losse toetsen. Persoonlijk vind ik dat wat moeilijker te zien. Groen vind ik meer een rustgevende kleur.

Samen en toch apart
Een ander opvallend detail is de dwarslat. Eerst was het de bedoeling dat de portretten samen een tweeluik met scharnieren zouden vormen. Later werden ze toch in één lijst gevat. Volgens de multimediatour van Boymans zou het schilderij zonder het inklapmechanisme probleemloos in de traditie van het vriendschapsschilderij passen. En dat was beter, omdat hun liefdesrelatie in die tijd nog strafbaar was.

Wat maakt het nu voor verschil of je samen in één lijst met een tussenschot zit of als twee losse panelen met een scharnier ertussen? Toen was dat kennelijk een wezenlijk verschil. Maar goed dat ze toch samen zijn gebleven, want juist het dubbelportret is fascinerend en roept vragen op. Tenminste bij mij.

Bron: Museum Boijmans Van Beuningen

De bedreigde zwaan

e bedreigde zwaan  - Jan Asselijn, circa 1652, Rijksmuseum

De bedreigde zwaan – Jan Asselijn, circa 1652, Rijksmuseum

Toen ik voor het schilderij De bedreigde zwaan stond, voelde juist ik mij bedreigd. Ik voelde me bedreigd door haar intimiderende houding met gespreide vleugels en wijde poten, en hoorde de zwaan letterlijk sissen.

Het deed me denken aan afgelopen zomer toen mijn vriend en ik langs een zwaan wilden wandelen die haar eieren bewaakte. Dat was een slecht idee! Een heel slecht idee! Nog voor we haar naderden, ging de zwaan met wijde poten wild sissend voor het nest staan. Klaar om elk moment op ons af te stormen. Ik heb wel eens gehoord dat zwanen met hun sterke vleugels je botten kunnen breken. Er restte ons dus niets anders dan op onze schreden terug te keren. Af en toe keek ik voorzichtig achterom of ze ons achterna kwam, maar ze bleef waakzaam op haar post.

Beschermen tegen elke dreiging
De zwaan op het schilderij waakt ook over haar eieren. De witte donzen veertjes vliegen in het rond door haar wild slaande vleugels. Maar waar is de dreiging dan? Nu zie ik het: linksonder in beeld zwemt een zwarte hond. Eigenlijk vind ik de hond er niet echt heel dreigend uitzien zo met die lieve zwarte krulletjes op zijn kop en de tong slap uit zijn bek. De zwaan denkt daar kennelijk anders over. Dat dacht de onze van de zomer ook. Alles wat zich richting het nest beweegt vormt kennelijk een bedreiging.

Dubbele betekenis
Bij dit schilderij is trouwens de vraag wat nu de echte bedreiging vormt. In elk geval heeft de schilder zelf deze bedreiging niet kunnen afbeelden. In het schilderij zie je namelijk een aantal verwijzingen naar iets wat zich pas na de dood van Jan Asselijn in 1652 heeft afgespeeld.

Als je goed kijkt, zie je op een van de drie eieren ‘HOLLAND’ staan. Onder de zwaan staat ‘DE RAAD-PENSIONARIS’ en boven de hond die een bedreiging vormt: ‘DE VIAND VAN DE STAAT ‘. Volgens de documentatie van het Rijksmuseum zou dit schilderij een allegorie zijn voor de raadspensionaris van Holland die de Republiek (de eieren) wist te beschermen tegen de oprukkende machten uit Frankrijk en Engeland (de vijanden). Johan de Witt werd pas na de dood van Jan Asselijn in 1653 raadspensionaris, dus waarschijnlijk heeft iemand anders de teksten later toegevoegd.

Naast het feit dat de zwaan wit is, was de zwaan ook het familiesymbool van de familie De Witt. Of het nu feitelijk klopt of niet, het is wel een mooi verhaal. En een mooi schilderij dat met recht in de eregalerij van het Rijksmuseum hangt.

Bronnen: Rijksmuseum.nl, Dit is Nederland, In tachtig meesterwerken, Hans den Hartog Jager

 

Samsara

Still uit SamsaraIn tijden heb ik niet zo’n mooie film gezien. In één woord: magisch! 

Ruim anderhalf uur heb ik ademloos gekeken naar een film zonder gesproken of geschreven woord. Het ene moment kijk ik naar een heilige plaats boven op een berg in Myanmar, dan weer naar dansende mannen in een gevangenis in de Filipijnen, of naar een batterij werkende Chinezen in een kippenfabriek.

De beelden rijgen zich aaneen als een ononderbroken ketting. De muziek laveert er verstild spiritueel tussendoor. Dan ineens word ik bijna in mijn stoel gedrukt door een zwaar bombastische beat. Continu word ik heen en weer geslingerd tussen vertedering, verwondering en afschuw. Regelmatig besef ik hoe nietig ik als mens ben.

Oneindige cyclus
Samsara betekent in het Sanskriet en Pali in cirkels ronddraaien. Voor boeddhisten en hindoeïsten staat Samsara voor de cyclus van dood en wedergeboorte zonder begin en schijnbaar zonder eind. En niet zonder verlangen, aversie, ignorantie (onwetendheid/domheid) en lijden.

De titel Samsara dekt dan ook perfect de lading. Twijfel je nog of je deze prachtige film zelf wilt zien? Bekijk de trailer van Samsara.

Bron: Barakasamsara.com van regisseur en Ron Fricke en producer Mark Magidson